2011-11-08Souper #29

img

Een souper met een twee provinciemannen: Helmut Thoele (Senior Beleidsmedewerker Provincie Zuid-Holland) en Joks Janssen (Kwartiermaker Kennis & Onderzoek Provincie Noord-Brabant). Helmut en Joks kunnen zeer enthousiast en overtuigend praten over het nut van de provincie in relatie tot ruimtelijke ordening. Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de landstedelijke ontwikkelingen in Brabant zijn succesvolle formules. Hier mogen wij wat meer trost op zijn. Laten wij de gehandicapte gemeentelijke diensten ruimtelijke ordening in steden nu maar echt opheffen. Laat de inrichting van regio's, steden en het landelijk gebied nu maar over aan de provincie. Hier zitten namelijk verstandige personen die integraal kunnen denken. Dit weten alleen iets te weinig mensen.

In Rotterdam zijn veel restaurants gesloten op maandag. Gelukkig is restaurant Lux weer zeven dagen per week open voor een heerlijke Italiaanse maaltijd.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond, Jasper de Haan ( (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2011-10-04Souper #28

img

Maandag waren wij een stel bevoorrechte jongens. Onze charmante tafeldames Gus Tielens (korth tielens architecten) en Martine de Wit (DUS architecten) zijn speciaal voor ons helemaal uit Amsterdam gekomen.

Nu is restaurant Huson alleen al de moeite waard. Tijdens onze overheerlijke maaltijd hebben wij getracht het Amsterdamse architectuurklimaat te analyseren. Veel onderwerpen, instellingen en personen hebben de revue gepasseerd. Wij hebben veel enthousiaste verhalen gehoord en een enkel kritisch geluid. Wij zouden in Rotterdam eens kunnen beginnen om enthousiast te zijn over de stad. Wij zijn er maar gelijk mee begonnen.

Tussendoor was er een quiz. Teksten van verschillende levensliederen werden te gehore gebracht en aan ons de opdracht om te raden welke stad hoorde bij een bepaalde tekst. Een erg moeilijk opgave en de conclusie is dat de steden op dezelfde manier worden bezongen.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2011-08-31Souper #27

img

Maandag een zeer enerverende avond gehad met ontwerper Guido Marsille en Arie Lengkeek (programmacoördinator bij AIR). Beide gasten vertelde uitgebreid over hun werkzaamheden en interessante projecten.

Restaurant Huson is een ideale plek om na te denken over hoe een architect of stedenbouwkundige op een andere manier kan ondernemen. Ik hoop dat de andere gasten geen last hebben gehad over ons geluidsniveau. De inzichten liepen op een gegeven moment nogal uiteen.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2011-08-20Andere stedenbouw

img

Out there #1 is de eerste uit een reeks cahiers die De Zwarte Hond gaat uitgeven in eigen beheer. Ik was schrijver en redacteur van deze publicatie. Met de publicatie wil De Zwarte Hond graag haar fascinaties, kennis en kunde op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschaparchitectuur laten zien. De ontwerpen kenmerken zich door een engagement zonder dogma. Het doel is om de vakdiscussie te voeden met nieuwe inzichten.

De afgelopen decennia stond het kortetermijnresultaat centraal in de hele bouwkolom. Ook bij stedenbouw ging het om harde financiële randvoorwaarden en starre programmatische afspraken. Stedenbouw vertaalde kritiekloos het resultaat van de publiek-private onderhandelingen en verkeerde in de waan nog altijd heldhaftig te zijn. De stedenbouwkundigen werden slechts ingezet om een toeschrijfbaar stedenbouwkundig plan te maken waarin auteurschap en eindbeeld dominant aanwezig waren. Terwijl de invloed van de stedenbouwkundigen zienderogen afbrokkelde, nam paradoxaal genoeg de behoefte aan charismatische ontwerpers toe. Met de innerlijke verbeeldingskracht van de auteur aan de ‘macht’ ging er een overmatige aandacht uit naar vormgeving en belevingswaarde, terwijl intussen alleen ontwikkelaars en overheden werden gefaciliteerd.

Maar de tijd is voorbij waarin auteurschap en eindbeeld bij stedenbouw domineerden. Het denken moet drastisch veranderen en dit kan alleen door een proactieve en tegelijkertijd bescheiden houding in te nemen. In toekomstige plannen en projecten dienen de programmatische afspraken en financiële randvoorwaarden met gedegen kennis en onderzoek te worden onderbouwd. Het kostprijsgedreven grondexploitatiemodel moet worden vervangen door een vraaggestuurde strategie waarin het programma en het tempo van de ontwikkelingen centraal staan. De stedenbouwkundige discipline moet samen met overheidsorganisaties en marktpartijen op zoek naar de nieuwe grondtoon en logica van de stad, het platteland en de relatie hiertussen.

Het eerste hoofdstuk over opdrachtformulerende stedenbouw gaat in op de nieuwe verhoudingen binnen de ruimtelijke ordening en de rol van de stedenbouwkundige hierin. De complexiteit van de ruimtelijke ordening is de afgelopen jaren exponentieel toegenomen, maar de integrale visie en aanpak is juist steeds meer versnipperd en gedecentraliseerd geraakt. Een meerderheid van de bevolking vindt dat Nederland verrommelt, maar niemand weet eigenlijk wie hier verantwoordelijk voor is. De stedenbouw kan uitkomst bieden, maar de focus dient dan wel te worden verlegd van het kritiekloos oplossen van een opdracht naar het nauwkeurig verkennen, helder duiden en consistent vertalen van een toekomstige opgave. Dit vraagt meer om een moderatieve stedenbouw waarin met open houding betrokkenheid en draagvlak worden gecreëerd.

Aansluitend hierop gaat het tweede hoofdstuk over een nieuwe vorm van stedenbouw: open stedenbouw. Deze entamerende werkwijze zet de klassieke plannings- en ontwerpmechanismen op haar kop. De strikte scheiding tussen ontwikkeling en gebruik wordt niet meer gehanteerd . Bij open stedenbouw zijn bestaande gebruikers geen kostenpost en nieuwe gebruikers geen huurders of kopers, maar alle individuen, collectieven en (non)profit-organisaties zijn als stakeholder betrokken bij toekomstige ontwikkelingen in een gebied. De optiematrix is een platform waar alle stakeholders een plek kunnen krijgen en het dynamische keuzediagram introduceert een werkwijze die stap voor stap een haalbaar ontwikkelingsproces mogelijk maakt. Bij open stedenbouw is niet de grootste gemene deler maatgevend, maar het kleinste gemene veelvoud.
Beide hoofdstukken worden geïllustreerd met een aantal recente stedenbouwkundige projecten. Sommige projecten zijn opgenomen omdat ze een eerste aanzet zijn tot de in het essay genomen positie, andere projecten laten zien hoe de opgedane kennis in bepaalde mate in de praktijk is gebracht. Alle projecten tonen hoe stedenbouwkundige opgaven aan het veranderen zijn en dat dit tot inspirerende ontwerpen kan leiden die vrij zijn van iconografie.

Out there #1 bestellen? Stuur een email met uw naam en postadres naar: info@dezwartehond.nl.

2011-08-14Geef ons een vleugje België

img

Ruimtelijke ordening behoeft een nieuw stedenbouwkundig instrumentarium.

Minister Schultz kondigde aan 26 van de 39 regelingen op het gebied van ruimtelijke ordening te gaan schrappen. ‘Pas op!’ was een veelgehoorde reactie. Nederland is veel te klein en veel te vol om te kunnen bouwen zonder regelingen en voorschriften. Als het Rijk die loslaat, dan komen de ‘Belgische toestanden’! Ik zeg: ‘Fantastisch, meer België!’ Ik ben voor decentralisatie. Hoe gelukkig moeten we in Nederland zijn met onze uniforme wijken? Worden we er beter van als heel Nederland is volgebouwd met een volgende generatie Vinexwijken? In die zin heeft de minister gelijk als ze zegt dat het wel een onsje minder kan met de regels. Het standpunt van de minister was te begrijpen als ze heldere denkbeelden had over hoe de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland samen hand in hand kunnen gaan.

Alleen, de keuze van de minister lijkt niet gebaseerd op een visie op ruimtelijke ordening. Het is een pragmatische regeling, een platte bezuiniging en ze gooit de verantwoordelijkheid voor ruimtelijke ordening over de schutting bij de lagere overheden. Het Rijk heeft eerst ‘RO’ uit de titel van het ministerie geschrapt en de verantwoordelijkheid voor het beleid vervolgens versnipperd over meerdere ministeries. Het overleg over de ruimtelijke ordening van Nederland vindt nu plaats in de kantine en de bezemkast van respectievelijk het ministerie van Infrastructuur & Milieu en het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Decentralisatie zoals de minister voorstelt is een schijnoplossing. Ruimtelijke ordening is bij de lagere overheden allang geen expertise meer. Stedenbouwkundige diensten bij gemeenten zijn inmiddels uitgekleed tot op het bot en gereduceerd tot een faciliterend orgaan. Managers zonder inhoudelijke kennis en communicatiemedewerkers sturen de gemiddelde stedenbouwkundige dienst aan. Vakinhoudelijke mensen hebben de diensten verlaten en van de oudere generatie met kennis is de helft al met pensioen. In kleinere gemeenten is de stedenbouwkundige expertise langzamerhand bijna helemaal verdwenen.

Niemand durft keuzes te maken en verantwoordelijkheid te nemen. Het kortetermijnresultaat is het enige wat telt, en het oude financieringsmodel — gebaseerd op grondverkoop — prefereert. Dit schrijft men ook nog op in zogenaamde Stadsvisies die uitblinken in algemeenheden en uniformiteit. Elke stad wil een campus voor kenniseconomie en een creatief cluster. Het meest schrijnende is de uitgifte van grond door de gemeentes voor bedrijventerreinen aan de rand van de stad, terwijl elders in de stad gebouwen leegstaan.

Toch heeft decentralisatie wél kans van slagen. Alleen dient dan wel de verhouding en de communicatie tussen de verschillende betrokken partijen te veranderen. Daarvoor is het noodzakelijk een nieuw stedenbouwkundig instrumentarium toe te passen. Wij moeten dan af van het denken in één wenkend perspectief voor een plek, gebied of regio waaraan proces en financiële afspraken zijn gekoppeld. Het is niet realistisch om te denken in eindbeelden met een looptijd van 10, 20 of soms wel 40 jaar. In de loop van zoveel jaar veranderen de denkbeelden over een gebied of gebouw, verandert de vraag naar woningen en veranderen de financieringsconstructies. Nieuwe stedenbouw vraagt een proactieve maar tegelijk bescheiden en transparante houding van beleggers, ontwikkelaars, stedenbouwkundigen en architecten.

Ruimtelijke kwaliteit is een kwestie van lange adem en van de juiste schaal. Om die kwaliteit te garanderen is een nieuw model voor stedenbouw nodig, ‘open stedenbouw’. In toekomstige plannen en projecten dienen de programmatische afspraken en financiële randvoorwaarden met gedegen kennis en onderzoek te worden onderbouwd. De overheid hoeft niet alles uit te kristalliseren wat mag en niet mag in een gebied. Ruimtelijke opgaven formuleren kan door bestaande en nieuwe gebruikers, particulieren en commerciële partijen in een gebied zelf worden bedacht in een gezamenlijk proces. In de nieuwe stedenbouw wordt weer gestuurd op het verbeteren van de leefomgeving in plaats van op het leveren van alleen architectonische hoogstandjes.

Van het Rijk verwachten we visie over nationale stedenbouw, inclusief de regelingen en verordeningen die daarbij horen. Geen regels om de regels, maar wel heldere richtlijnen die de langetermijnontwikkeling bewaken. Geen onderscheid tussen Randstad en de rest van het land. En een integrale kijk op de krimp en groei gebieden in Nederland. Als men iets over de schutting gooit moet men ook zorg dragen dat bij de provincies en stedelijke regio’s organisaties staan die dit kunnen oppakken. Het Rijk dient de kwaliteit van de opleidingen op het gebied van ruimtelijke ordening en stedenbouw op peil houden, zodat opgedane kennis van de laatste eeuwen niet verloren gaat.
Op deze manier komt ruimtelijke ordening weer uit de kast heeft de minister haar gewenste decentralisatie, maar blijft de kwaliteit behouden. Dan levert het geen wanorde of chaos in de stedenbouw, maar krijgen we precies dat vleugje België in Nederland dat we maar al te goed kunnen gebruiken.

- Tekst is gepubliceerd in het Financieel Dagblad van 18 augustus 2011.
- Tekst in samenwerking met Jeroen de Willigen (De Zwarte Hond).
- Beeld Frank Hanswijk.