2011-07-25Trage kleuren

img

Onze huidige netwerksamenleving wordt beheerst door fysieke, sociale en virtuele netwerken. Kenmerkend voor deze netwerken zijn de woon-, werk- en mobiliteitscapsules. Het (spoor)wegennet, het luchtverkeersnet, het telefoon- of kabelnet en het World Wide Web functioneren allemaal op basis van auto’s, treinen, vliegtuigen, computers, kantoorunits en wooneenheden. In de netwerksamenleving verblijven en verplaatsen wij ons in veilige ruimtes die regen, wind, kou en warmte uitsluiten.

Het fysieke netwerk wordt bevolkt door forenzen, pendelaars die per trein of auto reizen tussen woon- en werkgemeente. Door het forensisme vervaagt de grens tussen privé en openbaar. De treinforenzen zien de ruimte van het openbaar vervoer als extensie van hun werk. Op de heenreis worden de vergaderstukken gelezen, op de terugreis wordt nog wat e-mail beantwoord of wordt gebeld. Voor autoforenzen geldt het omgekeerde. Zij zijn gelukkig als de auto de sfeer van thuis ademt. Alleen genietend van een mobiele ruimte neemt de autoforens het thuis zo lang mogelijk mee naar het werk, en als men na kantoortijd weer in de auto stapt, voelt men zich al meteen thuis. De leefomgeving van de forens wordt beheerst door interieurs die continu van betekenis veranderen, en kleur speelt hierbij een cruciale rol.

Voor treinforenzen is het toenemende belang van de capsule echter nog moeilijk te ontdekken. Bij elk nieuw model trein, maar ook bus, tram en metro, is er bezuinigd op de stoel- en beenruimte. Terwijl iedereen weet dat de gemiddelde mens alleen maar langer wordt en dat overgewicht inmiddels een algemeen probleem is. Anticyclisch investeren heeft bij openbaarvervoersorganisaties een hele andere betekenis. Wat al heel lang niet verandert zijn de basiskleuren van de treininterieurs. De kleur van de vloer, de wand en het plafond is wit, beige of grijs of een kleur die hierop lijkt of een kleur die alle drie de kleuren zou kunnen zijn. Dit sluit aan bij de beige trenchcoat (model forens) en de antracietgrijze Samsonite koffer (model Inspector) waarmee de treinforens vertrouwd is. Dat het werk van de treinforens al in de trein begint is opvallend, want de kleuren die wij thuis gebruiken komen juist overeen met de kleuren in de trein. Volgens de bouwmarkten gebruiken wij in een woning vooral de kleuren wit, beige en grijs en geven wij eventueel een enkele wand een accentkleur. In een trein zijn de stoelen meestal van een onderscheidende kleur. Vaak wordt gekozen voor de kleur die de vervoersmaatschappij hanteert in haar logo, maar als dit niet zo is gaat het vaak om groen, blauw of rood, vaak voorzien van een non-descript dessin. Vervoersmaatschappijen die geel in hun logo hebben, hebben vreemd genoeg meestal geen gele stoelen. Waarschijnlijk is die kleur te licht.

Hoe anders is het bij de autoforens. De auto is als private capsule reeds ver doorontwikkeld en er wordt in ieder geval gestreefd naar zo veel mogelijk ruimte per persoon. De autoforens heeft keus uit een ruim aanbod van (lease)auto’s. Verder kan een autoforens zelf de kleur kiezen voor het exterieur en kan het interieur naar eigen smaak worden ingericht. De auto lijkt heel veel op een huis. Althans zo lijkt het in eerste instantie. Wat al snel opvalt bij auto’s is de schrikbarende eenheid in modellen en kleuren. De autoforenzen kiezen braaf een nette middenklasser die qua merk en model niet te veel uit de pas loopt met de rest. De best verkochte leaseauto’s in Europa zijn Volkswagen (Golf en Polo), Ford (Fiësta) en Opel (Corsa). De kleur van een auto is een belangrijk punt, dit in tegenstelling tot de kleur van de trein, die meestal simpelweg is gebaseerd op de bedrijfskleur. De keuzevrijheid van de automobilisten leidt ook tot niets spannends. Zwart is veruit de meest verkochte kleur auto is in Europa. Gevolgd door de kleuren zilver, grijs, blauw en wit. Auto’s in de kleuren rood, bruin, groen, paars en geel worden maar mondjesmaat verkocht. Voor het interieur ligt het nog extremer. Een gemiddelde Europese leaseauto heeft een zwart interieur. Details in het dashboard en de stoelen kunnen soms een afwijkende kleur krijgen, maar net zoals bij het exterieur dient er voor een afwijkende kleur een meerprijs te worden betaald. Daarom kiezen de meeste forenzen toch voor de kleur zwart. Dat de auto een gevoel van thuis oproept, is op z’n minst vreemd. Zwart wordt helemaal niet veel gebruikt als kleur voor een woninginterieur, en voor een woningexterieur al helemaal niet. Zo’n honderd jaar geleden zei Henry Ford over de T-Ford dat deze auto in alle kleuren te verkrijgen was, zolang het maar zwart was. Nu mogen wij zelf een kleur uitzoeken, maar kiezen we massaal voor zwart.

In de automotive-branche wordt het kleurenpallet bepaald een aantal jaren voordat het voertuig op de markt komt. Een onmogelijke opgave als je bedenkt dat kleuren elk modeseizoen wisselen. Maar ook een zwart pak, een wit shirt en een beige regenjas gaan, onafhankelijk van het modeseizoen, lang mee in je garderobe. Voorlopig zullen de kleuren van voertuigen dan ook niet snel veranderen.

(foto: Christoph Morlinghaus )

Dit artikel is gepubliceerd in Kleur in beeld ; Terra Lannoo ; 2011

2011-07-23Herbestemming in Eindhoven

img

In de eventruimte bij Piet Hein Eek was de presentatie van de nieuwe publicatie van Diederendirrix architecten.

Regio Eindhoven heeft zich ontwikkeld tot een economische regio, waar maakindustrie,
hightech en design samenkomen. Gestaag verloopt het proces van Company Town
 naar Brainport. Alleen zijn er ruimtelijk een aantal substantiële verschillen tussen
de oude en nieuwe economie. Tot ver in de twintigste eeuw stond de vooruitgang van
Eindhoven gelijk aan het bouwen van nieuwe indrukwekkende industriecomplexen
en het realiseren van geavanceerde kantoorpanden, moderne onderwijsgebouwen,
eigentijdse sportfaciliteiten en spectaculaire tentoonstellingsruimten.

Voor Brainport
zijn er geen grote nieuwe complexen nodig, maar slimme en duurzame gebouwen.
Voor een technologieregio zijn innovatieve broedplaatsen belangrijker dan monofunctionele
en gesloten fabrieks- en kantoorpanden. We werken en leven nu in open
structuren en op elk moment op elke willekeurige plaats willen wij informatie hebben
of delen. Het uitwisselen van kennis en bij elkaar brengen van de juiste mensen en
bedrijven zal leiden tot een bijzondere stad en regio. Voor nieuwe bedrijvigheid zijn niet
a priori nieuwe gebouwen nodig. Gebouwen uit het (industriële) verleden kunnen goed
getransformeerd worden en plek bieden aan een ander programma. Een belangrijke
opgave voor Eindhoven is het vernieuwen van oude gebouwen en niet het bouwen 
van nieuwe gebouwen.


Herbestemmingsprojecten zijn voor een architect paradoxaal. Het is nogal een verschil
om architectuur te bedrijven op een plek die leeg is of met een gebouw aan de slag
te gaan dat ontworpen is door een andere architect in een totaal andere tijd en dat al
decennia op een bepaalde plek staat. Bij nieuwbouwprojecten worden beslissingen
eerder genomen op basis van functionaliteit van de gebruiker en wordt het bouwkundige
deel zo veel mogelijk gerationaliseerd. Dit in tegenstelling bij de herbestemming van
bestaande gebouwen. Mogelijke gebruikers en een bestaand gebouw passen niet perse
bij elkaar. Sentimenten, icoonwaarde en sense of place spelen vaak een belangrijkere
rol. Het past om als architect hier met een bescheiden houding te opereren en
zorgvuldig met de bestaande architectuur en het nieuwe programma om te gaan.
Het is de taak van de architect om bij herbestemming niet een gebouw in oude luister
te herstellen, maar om een gebouw in de volgende fase te brengen. Hiervoor dienen
condities te worden geschept waarin diverse gebruikers voor lange en korte tijd een
gebouw eigen kunnen maken. Door een gebouw te hergebruiken kan ook de directe
omgeving een herstart krijgen en een wijk een nieuwe betekenis verwerven.


Vanaf de jaren negentig heeft Diederendirrix architecten de transitie van Eindhoven mede mogen vormgeven. In opdracht van Diederendirrix heb ik voor de publicatie De kracht van vroeger voor later de herbestemmingsprojecten in Eindhoven geïnventariseerd en geanalyseerd. Meril Pit heeft de tekst geschreven.

2011-06-01Souper #25

img

Maandag hebben wij ons jubileum gevierd zonder gasten. Wij hebben in restaurant Amarone eens een keer uitgebreid met elkaar gepraat. Een goede plek om de crises in ons vak te bespreken en de kansen voor de toekomst. Met z'n vieren is leuk, maar Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (De Zwarte Hond), Jasper de Haan (Jasper de Haan architecten) en ik nodigen de volgende keer toch weer twee interessante gasten uit. Wij hebben in ieder geval gesprekstof voor de 25 volgende diners.

2011-05-08Souper #24

img

Afgelopen donderdag hebben wij gegeten met Michiel Dehaene (TU Eindhoven & KU Leuven) en Luuk Boelens (Universiteit Utrecht & Urban Unlimited). Het waren Belgische toestanden in restaurant De jonge De Jong op Katendrecht.

Beide gasten werken vooral in Nederland, maar wonen in België. Het verrukkelijke eten en de gastvrije bediening voldeden ruimschoots aan de hoge standaard die zij gewend zijn. De lange avond duurde te kort om alle nieuwe ontwikkeling in het vak stedenbouw te bespreken of nieuwe ideeën te begrijpen. Het was wel een hoogst interessante en amusante avond.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2011-03-29Souper #23

img

Gisteren een souper gehad met personen die verstand hebben van de nieuwe stad, de bestaande stad en de spontane stad. Onze gasten waren Michelle Provoost (International New Town Institute & Crimson), Jeroen Ruitenbeek (Palmbout Urban Landscapes) en Tess Broekmans (Urhahn Urban Design).

We hoorde dat in België het pas echt leuk werken is. Nieuwe steden vaak ontworpen worden door buitenlandse ontwerpers die juist de context niet kennen. En impulsieve stedelijke groei in China samen kan gaan met spontane stedelijke ontwikkeling. Het was een goed en interessant gesprek in restaurant Huson .

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.