2012-07-23Souper #35

img

De landschapsarchitecten Saline Verhoeven (Bureau B+B stedebouw en landschapsarchitectuur) en Peter Veenstra (LOLA Landschapsarchitecten) hebben wij uitgenodigd om een avond te debatteren over het publieke domein. Maandag 25 juli praatte zij beide vrijuit en erg enthousiast over hun bureau en projecten. Landschapsarchitecten hebben een aantal eigenschappen waarmee zij zich goed staande kunnen houden in deze moeilijke tijd. De relatie tussen onderzoek en praktijk is vanzelfsprekend en nog altijd erg sterk. Langdurige en complexe ontwerp- en realisatieprocessen kunnen zij op een goede en gedegen manier beheersen. Een mooi vak.

WIj vonden het Park (bij de Euromast), ontworpen door Zocher, wel een geschikte omgeving om te eten met onze gasten. Restaurant Harbour Club in Villa Parkzicht was een minder goed idee.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2012-05-29Souper #34

img

Mark van de Velde (Manager staf wonen bij corporatie Havensteder) en Ergün Erkoçu (Architect-eigenaar Concept 0031) hebben beide een ondernemende houding en een geëngageerde instelling. In hun werkzaamheden, als respectievelijk wijkprogrammeur en ontwerper, laten zij op een vanzelfsprekende manier dit samenvloeien. Zonder opdringerig of belerend te worden. Zonder commercieel of dogmatisch te zijn.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2012-03-02Geen onnozele iconen

img

Als evenement hebben de Olympische Spelen de rol van de wereldtentoonstelling volledig overgenomen. Waar voorheen de wereldtentoonstelling een beeld van de economische, sociale, culturele en technische voorspoed van de hoststad moest laten zien, staan tegenwoordig de inventieve architectuur en stedenbouwkundige ingrepen voor de Olympische Spelen vooraan in de citymarketing. Welke weerslag heeft dat (marketing)geweld op een stad?

Het Londense Hyde Park was in 1851 het toneel voor de eerste wereldtentoonstelling. Prins Albert, echtnoot van de Britse koningin Victoria, nodigde een reeks landen uit om kennis en kunde te delen. Joseph Paxton bouwde hiervoor het imposante Crystal Palace, een ruimte van staal en glas. Bij binnenkomst werden de bezoekers duizelig, en dat was ook precies de bedoeling van de Prins-gemaal. De rest van de wereld diende met name te zien hoe indrukwekkend de economische, sociale, culturele en technische vooruitgang van Groot-Brittannië wel niet was. Sinds die tijd is de wereldtentoonstelling lang gezien als hèt podium voor inventieve architectuur en gedurfde stedenbouwkundige ingrepen in een stad. Het tijdelijke karakter van deze gebeurtenis en een schijnbaar vriendschappelijke competitie creëerde een ideale situatie waarin ontwerpers ongelimiteerd konden experimenteren.

Inmiddels hebben de Olympische Spelen als evenement deze rol volledig overgenomen. Qua internationale concurrentie en profilering overtreft de vierjaarlijkse Olympiade nu de impact van een wereldtentoonstelling. Het Bureau International des Expositions heeft de grootste moeite om elke keer weer een stad te vinden die een grote wereldtentoonstelling wil organiseren. Terwijl het Internationaal Olympisch Comité (IOC) een hele manifestatie van de biedingprocedure heeft gemaakt waarin steden het tegen elkaar moeten opnemen om een Olympiade te mogen organiseren. Het binnenhalen van de Olympische Zomerspelen in London voor 2012 wordt dan ook als grote overwinning gezien van Sebastian Coe (voorzitter van het London Organising Committee of the Olympic Games and Paralympic Games) op de andere kandidaat-steden Parijs, New York, Madrid en Moskou. Het Olympisch adagium ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ geldt zeker niet bij een biedingprocedure voor een Olympiade. De belangen zijn groot en de voorinvesteringen aanzienlijk.

Sevilla versus Barcelona
In 1992 overstijgt de Olympiade van Barcelona voor het eerst een wereldtentoonstelling, die dat jaar wordt gehouden in hetzelfde land: de Universal Exposition of Seville. Sinds Spanje vanaf 1985 lid is van de Europese Unie (EU), is het land economisch snel gegroeid en heeft een sterke bewijsdrang om aan te sluiten bij de Europese tradities. Spanje wil op het wereldtoneel weer volwaardig meetellen.

Het verschil tussen beide steden is echter schrijnend. In Sevilla wordt geprobeerd het stadsdeel aan de overkant van de rivier, door middel van een imposante brug van Calatrava, bij het centrum te betrekken. Het werkt alleen tijdens de maanden van de Expo. Daarna mislukt de transformatie naar een kantoor- en bedrijvenlocatie met recreatieve voorzieningen schromelijk. Een aantal landenpaviljoens staat nu nog steeds weg te kwijnen op een troosteloos bedrijventerrein. Ruimtelijk heeft de wereldtentoonstelling dus geen enkele meerwaarde gecreëerd voor de stad. De Olympische Spelen voor Barcelona daarentegen zijn een opmaat voor de herstructurering van de hele stad. Wijken worden gerevitaliseerd, investeringen voor nieuwe sport- en verblijfaccommodaties worden over de hele stad verdeeld en een oud atletiekstadion wordt gerenoveerd. Tot vervelens toe is Barcelona sinds de Spelen van 1992 hèt voorbeeld voor upgraden van een stad en hoe die op de kaart te zetten bij een breed publiek.

Ondanks de grote investeringen in infrastructuur en de grote en massieve monofunctionele accommodaties kan een stad economisch en ruimtelijk blijkbaar dus beter worden na een Olympiade. Het IOC heeft dit als snel door en sinds 1992 worden de Zomerspelen en de Winterspelen niet meer in hetzelfde jaar gehouden. Sinds 1994 vinden de Winterspelen in de even jaren tussen de Zomerspelen plaats. De competitiedrang tussen landen en steden kan zo maximaal worden benut en de aandacht voor een manifestatie wordt goed verdeeld. Daarom hebben we nu elke twee jaar een succesvol, commercieel entertainmentevenement gerelateerd aan sport.

Hogere doelen
Na Barcelona wordt met de Zomerspelen in Atlanta (1996), Sydney (2000), Athene (2004) en Beijing (2008) de amusementwaarde van het megasportevenement verder ontwikkeld. Ook worden de Spelen in een aantal steden wederom als aanleiding gebruikt voor stedelijke vernieuwing. Maar alleen Sydney komt in de buurt van de impact die de Spaanse Spelen ruimtelijk op de stad hebben gehad. Atlanta had het niet echt nodig en in Athene is het gewoonweg mislukt. Het IOC verandert na Athene van strategie. De toenemende vercommercialisering en schaal van het evenement heeft zich immers langzaam tegen de organisatie gekeerd. Er worden hogere doelen gesteld en de aandacht wordt van economische aspecten verlegd naar maatschappelijke kwesties. Het IOC stelt randvoorwaarden aan China: het land moet de mensenrechten verbeteren. Maar echt moeilijk wil het IOC het China ook weer niet maken. Het is dan ook maar de vraag of Beijing de Olympische Spelen daadwerkelijk nodig heeft gehad voor verdere ruimtelijke ontwikkeling, onduidelijk is ook of de mensenrechten in China wezenlijk veranderd zijn. De stad zal zich zonder de Spelen waarschijnlijk net zo snel en voortvarend ontwikkeld hebben, met even spectaculaire gebouwen. Omdat het IOC verder niet aan nazorg doet, bekommert de organisatie zich na het evenement niet meer om de exploitatie van de verschillende stadions en de mensrechten.

Nieuwe Spelen, nieuwe kansen
Met de toekenning aan Londen is het IOC wel een stap verder gegaan. De tijd van alleen een sportfeestje geven is voorbij. Londen heeft de Spelen van 2012 mede gekregen door de maatschappelijke- en duurzaamheidsdoelstellingen van de stad. Er dient op een structurele manier iets te worden achtergelaten in het stadsbeeld. De Olympische Spelen worden ingezet ter verbetering van sociaal zwakkere wijken. De maatschappelijke relevantie van sport in de samenleving wordt daarmee verder uitvergroot en gekoppeld aan ruimtelijke transformaties.

De hoofdlocatie van de XXXe Olympiade is het Olympische park in de wijk Stratford. Het park bevat naast het Olympisch dorp het Olympisch stadion, zwembad, hockeycentrum, velodrome en de hand- en basketbalarena. Het stedenbouwkundig masterplan voor het hele park, inclusief de infrastructuur is in handen van een consortium onder leiding van het architecten- en ingenieursbureau EDAW, inmiddels AECON genoemd. Al ruim voor de spelen is de Olympic Delivery Authority, verantwoordelijk voor realisatie van de nieuwe accommodaties en infrastructuur, bezig met de nalatenschap van de Spelen. Dat is uniek in de geschiedenis van de Olympische Spelen, en met de oprichting van de Olympic Park Legacy Company wordt er ook serieus werk van gemaakt.

Mythe
Het park en de gebouwen zijn nog niet af, laat staan gebruikt, maar het hergebruik en de herbestemming is al bekend. Althans op papier, onderhandelingen over nieuwe bestemming(en) lopen niet allemaal even goed. Duidelijk is wel dat het park na de Spelen een andere naam krijgt: het Queen Elizabeth Olympic Park, en een functie voor de omliggende buurten zal krijgen. Een deel van de sportaccommodaties wordt aangepast of verplaatst naar een plek elders in het Verenigd Koninkrijk. Een ander deel van de accommodaties komt beschikbaar voor de omliggende buurten. Het Olympisch dorp moet zo normaal mogelijk ogen, zodat het na de Spelen moeiteloos kan opgaan in de belendende stadsdelen. Uitbreidingen zijn nu al voorzien.

Het masterplan voor de Olympische Spelen is daarmee slechts het begin voor de (her)ontwikkeling van het hele gebied in Oost-Londen. Voor een tijdelijke evenementenlocatie heeft het plan een erg permanente vaste structuur en voor een permanent plan worden de kwaliteiten mede bepaald door een aantal kortstondige programmaonderdelen. Voor een Olympische locatie lijkt dit een originele aanpak, maar voor het postolympisch tijdperk wordt weer teruggrepen op conventioneel stedenbouwkundig instrumentarium. Het tijdelijke ogende, maar permanent bedoelde <i>orbit<i> van kunstenaar Anish Kapoor naast het Olympisch stadion is hiervan het beste voorbeeld. Dit stalen kunstwerk met uitkijkplatform wordt nu al de Eiffeltoren (wereldtentoonstelling 1889) van Londen genoemd en moet het landmark van de Spelen, èn de herinnering erna, worden. Maar in Londen zouden ze beter moeten weten. Het Crystal Palace werd na de wereldtentoonstelling tenslotte ook afgebroken, elders opgebouwd en is uiteindelijk volledig afgebrand. Het gebouw heeft hierdoor een mythe gecreëerd, de eerste wereldtentoonstelling is bij iedereen in het geheugen geprent en heeft het Hyde Park tot een legendarisch plek gemaakt.

Hoe het ook uitpakt in Londen, de aanpak is in ieder geval uniek te noemen en past bij een de nieuwe visie van het IOC waarin de nalatenschap in een stad serieus wordt genomen. Het IOC wil geen witte olifanten meer achterlaten na het sportfeestje. Nutteloze gebouwen op een verkeerde plek die niet rendabel te exploiteren zijn na de Spelen, moeten worden voorkomen.

Nieuwe Spelen, hetzelfde plan
Rio de Janeiro is in 2016 de volgende stad waar de Zomerspelen worden georganiseerd. Voor het eerst in de geschiedenis zijn deze Spelen in Zuid-Amerika. Net als Spanje in de jaren negentig en China in het begin van de twintigste eeuw, heeft Brazilië het komende decennium haar <i>‘Coming out parties’<i>. Met het wereldkampioenschap voetbal in 2014 en de XXIe Olympiade in 2016 wil Brazilië zich nadrukkelijk manifesteren op het wereldtoneel. De stad had zich al ook al in 2004 en 2012 kandidaat gesteld, maar de beperkte ervaring en de slechte infrastructuur waren toen steeds een groot probleem. Bij de biedingprocedure voor 2016 hebben de beroemde stranden aan de Atlantische Oceaan het echter weten te winnen van de kades aan het Michiganmeer in Chicago, de Baai van Tokio en de rivier Manzanares in Madrid.

Het IOC realiseert zich dat elk land vraagt om een eigen invulling van de Olympische gedachte en doelstelling. Een ander land, een andere stad, een ander volk en een andere cultuur vraagt specifieke aanpak en organisatie. Deze nadrukkelijke verschillen vragen blijkbaar wel om dezelfde ruimtelijke vertaling. Het architecten- en ingenieursbureau AECON is opnieuw geselecteerd voor het masterplan van het Olympische park voor de Zomerspelen in Rio. Nu werkt AECON samen met Braziliaanse partners. Het Londense model voor een Olympisch park in vier fases wordt opnieuw toegepast. Eerst wordt de bestaande situatie zoveel mogelijk opgeschoond, bestaande gebouwen worden eventueel hergebruikt of herbestemd of anders gesloopt. Dan wordt voor de Olympische Spelen een beperkt aantal permanente en tijdelijke sport-, media- en woonaccommodaties gebouwd op het terrein. Vervolgens worden na de Olympische Spelen de meeste locaties verplaatst of aangepast om ze rendabel te kunnen exploiteren als buurt, wijk, stedelijke of regionale voorziening. Als laatste fase wordt rond de overgebleven voorzieningen een wijk met appartementen uit de grond getrokken.

In Londen lijken de plannen nog enigszins begrijpelijk voor de situatie en kan hoopvol naar de toekomst worden gekeken. In eerste instantie leidt de aanpak van het zogenoemde <i>embedded urbanism<i> tot een slim hergebruik van een record aantal bestaande sportaccommodaties. Ook wordt het grootste aantal tijdelijke voorzieningen gebouwd. De hoofdlocatie van de Olympische Spelen van 2016 ligt echter aan de rand van de beste wijk van Rio. Barra de Tijuca is een wijk die wordt gekenmerkt door een zeer hoge levensstandaard en een zeer hoog aantal privaat beveiligde wooncomplexen. Door het ontbreken van <i>favela’s<i> in de wijk en directe omgeving is het één van de veiligste plekken in Rio. Het driehoekige terrein van ongeveer driehonderd hectare grenst voor het grootste deel aan een meer. Een veiligheidsobsessie lijkt eerder de drijfveer voor dit ruimtelijke plan dan herstructurering van een stuk stad. Het Olympische park ligt volkomen geïsoleerd en AECON is niet in staat geweest om de sociale doelstellingen van de Spelen te vertalen in een ruimtelijk masterplan. De locatie is er gewoonweg niet geschikt voor en de belendende wijk heeft er geen behoefte aan. Toch is de trend na Londen wel gezet; er worden nu plannen gemaakt die over de Spelen heenkijken. De <i>‘hit-and-run’<i>-mentaliteit is over. Alleen wordt in Londen stadsdelen opnieuw met elkaar verbonden en in Rio slechts een stadsdeel uitgebreid.

Aanpassingsvermogen
Groot-Brittannië en Londen hoeven zich niet te bewijzen. Historische en emotionele argumenten zijn de drijfveren om een Olympiade opnieuw te organiseren. Londen heeft de Spelen niet echt nodig, maar de Spelen hebben de stad wel nodig. Londen gebruikt de Spelen als generator voor herstructurering van een deel van de stad. Dit was waarschijnlijk toch nodig geweest ergens in de komende jaren. Het gaat nu alleen beduidend sneller. De Spelen gebruiken Londen om te laten zien dat het evenement meer is dan een commerciële happening. In Rio de Janeiro worden de argumenten van de wereldtentoonstellingen uit de vorige twee eeuwen van stal gehaald. Steden in landen met opkomende economieën zijn op zoek naar een podium om zichzelf in de kijker te zetten.

Bij beide Spelen zijn onnozele iconen tot een minimum beperkt. De gebouwen blijven spectaculair, maar zijn duurzaam, demontabel en makkelijk te hergebruiken. De stedenbouwkundige plannen zijn programmatisch en ruimtelijk flexibel waardoor zij makkelijk aangepast kunnen worden aan de economische behoeftes in de jaren na de Spelen. Het legaat van de Spelen zit dus niet meer in gebouwen, maar in de verhalen en sportbeelden die in de zeventiendaagse Olympiade worden vastgelegd in een stad.

(Geen onnozele iconen is gepubliceerd in S+RO nr. 1/ 2012 )

2012-02-01Souper #31

img

Jaap Evert Abrahamse (historicus en senior onderzoeker historische stedenbouw bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en Sander Lap (Stedenbowkundige & landschapsarchitect) waren onze eerste gasten in 2012. Beiden hebben een spraakmakende cv en zijn expert in oude en nieuwe stedenbouw. Jaap Evert is schrijver van het prachtige boek De grote uitleg van Amsterdam. Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw. Sander heeft een ontwerpbureau waarmee hij proactief opdrachten vergaart en uitvoert. Wij hebben geprobeerd te definiëren wat de meerwaarde van stedenbouw zou kunnen zijn voor steden en dorpen in Nederland. Wij zijn er nog niet uit, maar de dialoog was goed.

Meer inzicht krijgen over stedenbouw gaat goed samen met een goed uitzicht over de stad. De Euromast is hier ideaal voor. Maar de combinatie uitzicht en goed eten gaat helmaal niet goed samen. Ze doen hun best, maar de gerechten en de wijn waren teleurstellend. Gaan wij niet meer doen.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2011-12-01Kuipvrees

img

De gezamenlijke kandidatuur van België en Nederland om het wereldkampioenschap voetbal binnen te halen werd na de verloren WK-finale in Zuid-Afrika met veel zelfverzekerdheid gepresenteerd aan de FIFA. Het EK- voetbal in de lage landen was immers succesvol verlopen in 2000 en als vicewereldkampioen voetbal dachten een goede kans te maken om het zelf eens een WK-toernooi te organiseren. Het mocht niet zo zijn. Traditie, kennis en een elftal van (oud)stervoetballers hebben geen indruk gemaakt op de selectiecommissie. Het vele male grotere Rusland en vele male kleinere Qatar werden in december 2010 gewaardeerd voor hun aanpak en visie. Zij organiseren het WK in respectievelijk 2018 en 2022.

Met studenten van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst hebben wij een ontwerpendonderzoek gedaan naar de mogelijkheden van De Kuip. Het stadion uit 1937 is dringend aan vervangen toe of aan een rigoureuze opknapbeurt. Het mogelijke WK vormde een goede aanleiding om een nieuw stadion te ontwikkelen. Dit nieuwe stadion aan de Maas voor zo’n 80.000 toeschouwers maakt het oude stadion overbodig. Om één enkel stadion te exploiteren is al een hele klus, twee grote stadions naast elkaar rendabel krijgen is onmogelijk. Dat is niet zo moeilijk te begrijpen, maar niemand die dit hardop durft uit te spreken. Met de naamstelling van het virtuele nieuwe stadion beginnen de problemen al. Het nieuwe stadion werd in het begin De Nieuwe Kuip genoemd, maar als snel wordt de naam Het Nieuwe Stadion gehanteerd om de sentimenten enigszins te beteugelen. Men wil ook om geen enkele manier de suggestie wekken dat men af wil van de oude Kuip.

De twee stadions staan in het ontwikkelingsgebied Stadionpark. In de plannen die voor het WK ontwikkeld zijn voor dit gebied staat De Kuip ongemakkelijk naast Het Nieuwe Stadion. Ergens verscholen tussen woon-en kantoorgebouwen en tussen het station en Het Nieuwe Stadion staat een onbruikbaar gebouw. Het programma voor het oude stadion is onduidelijk en ruimtelijk voegt het gebouw niets toe in het gebied. Het gebouw staat erbij als een ingewikkeld relikwie uit het verleden. De gemeente stelt een beslissing over een nieuw stadion keer op keer uit. De grootste partijen zijn niet tegen een nieuw stadion, maar sluiten verbouwing of herontwikkeling van De Kuip ook niet uit. De discussie wordt gegijzeld door verlangens naar het verleden en angst voor een onzekere toekomst. Voetbaltempel De Kuip doet veel mensen huiveren.

Kuipvrees is een bekende voetbalkwaal in Nederlandse voetbalwereld. Zwabberende benen, knikkende knieën en chaos in het hoofd zijn de symptomen. De term is oorspronkelijk bedacht voor voetballers die mislukten in dienst van Feyenoord. Zij bezweken zodra ze het imposante stadion betraden en konden hun verwachtingen niet waarmaken. De term is ook van toepassing op bezoekende clubs die elders goed presteren, maar in De Kuip te veel onder de indruk zijn van het imponerende stadion en de ambiance. Maar Kuipvrees is een ongemak dat tegenwoordig ook is te herkenen is bij plannenmakers van Stadionpark, belanghebbenden in het gebied en de politiek.

De voetbalwereld is op alle fronten verzakelijkt, maar bij een oud stadion gaat sentiment weer de boventoon voeren en weet niemand hier echt mee om te gaan. De kandidatuur van Qatar is in dezen wel interessant. Zij verbouwen twee stadions en bouwen drie nieuwe stadions voor het WK. De altijd aanwezige zon in het oliestaatje zorgt voor een probleem en is tegelijk de oplossing. Door de ondragelijke hitte dienen de stadions gekoeld te worden. De energie die hiervoor nodig is wordt opgewekt door zonne-energie. Naast deze uitdaging worden de stadions ook nog eens gedemonteerd na het WK en geschonken aan landen waar wel een voetbaltraditie is, maar geen geld voor goede voorzieningen. Deze twee uitgangspunten staan gerant voor een nieuwe aanpak en originele ontwerpen. De stadions zijn bij oplevering state of the art, maar worden na een paar weken verwijderd en verplaats. Geen last hebben van traditie werkt bevrijdend.

Tijdens het staatbezoek aan Qatar in maart 2011 benadrukte minister Verhagen tijdens een rondetafelgesprek tussen vertegenwoordigers van het Nederlandse en Qatarse bedrijfsleven dat wij als voetballand veel te bieden. Naast leveren van voetbaltrainers zijn wij als natie in staat land te winnen uit zee voor WK-faciliteiten, innovatieve stadions bouwen, verlichting te installeren en gras voor de velden leveren. “Nederland kan alles leveren behalve de wereldcup zelf” sprak de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie opgetogen. Dit is enigszins tragisch. Qatar heeft ons verslagen met veel innovatieve en originele ontwerpen en heeft gekozen voor een paar goede ontwerpers die raad weten met oude en nieuwe stadions. Wellicht was The HollandBelgium Bid beter geweest als er gebruikt was gemaakt van de aanwezige architectonische en stedenbouwkundige ontwerpers in ons eigen land en er originele ontwerpoplossingen waren verzonnen voor onze eigen stadions en de gebieden eromheen. Als wij onze kennis en kunde in het buitenland willen vermarkten, moeten wij dan niet eerst in eigen land het goede voorbeeld geven?

(i.s.m Dennis Kaspori)
(beeld: fotovlieger.nl)