2015-05-26De werkstad van gisteren is de woonstad van morgen

img

Transformatie van het naoorlogs kantoorvastgoed in Eindhoven

In Eindhoven groeit het aantal banen op autogeoriënteerde plekken sterk. In toenemende mate vertrekken bedrijven uit kantoorpanden in het centrum naar locaties aan de stadsrand met een directe aansluiting op het lokale en (inter)nationale wegennetwerk. De verhuizing van de arbeidsplaatsen vanuit de stadskern benadrukt de kracht van Brainport als intergemeentelijke samenwerking en de transitie van company town naar kennisregio.

Kantoorverzamelgebouw de Groene Toren (1974) en het voormalige internationale hoofdkantoor van Philips Lighting (1977-1982) in het stadscentrum staan door deze ontwikkeling leeg. De vele kleine bedrijven uit de Groene Toren zijn vertrokken naar werklocaties elders in de regio en Philips Lighting verhuisde naar de High Tech Campus. De vraag rees wat te doen met de achterblijvende gebouwen. Ze hebben beide geen uitgesproken architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundig inbedding is problematisch.

Jong en oud genoeg
Overheden, gebouweigenaren en ontwerpers hebben ieder een eigen reden om met grote ijver deze zogenaamde stedenbouwkundige fouten en architectonische mislukkingen te herstellen. De Gemeente heeft in het algemeen weinig waardering voor naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen. Bij bestuurders leeft de gedachte dat sloop en nieuwbouw staat voor daadkracht en vooruitgang. Voor beleggers en ontwikkelaars is de business case van nieuwbouw veel eenvoudiger en bijna altijd voordeliger. Iedere generatie ontwerpers waant zich superieur aan een vorige. Zij kiezen ook het liefst voor tabula rasa.

Met name gebouwen die te jong zijn om als onmisbaar te worden beschouwd, maar oud genoeg om te slopen, zijn vaak slachtoffer van het onbedwingbare verlangen naar nieuwbouw. Gebouwen gerealiseerd tussen 1960 en 1990 vallen vaak in deze categorie. Plots zijn deze gebouwen esthetisch ongewenst, staan ze op de verkeerde plek in de stad, zijn de bouwkundige gebreken een onoverkomelijk probleem of zijn de eisen en wensen van gebruikers niet verenigbaar met de structuur van het gebouw

In opdracht van Foolen & Reijs Vastgoed hebben wij voor de Groene Toren en het voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting een transformatieplan gemaakt. De positie in de stad en de robuuste hoofddraagconstructie van de Groene Toren en het voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting, bieden voldoende aanknopingspunten voor hergebruik tot wonen. In de nabijheid van beide panden bevinden zich winkels, horeca en cultuurpodia. De auto-ontsluiting en parkeervoorzieningen in het centrum van Eindhoven zijn uitstekend. Een (hoogwaardig) openbaarvervoernetwerk is aanwezig. De combinatie van consumptieve voorzieningen en goede bereikbaarheid is onweerstaanbaar voor jonge stedelingen, maar ook ouderen die in de stad willen wonen en mensen die de stad willen bezoeken.

De Groene Toren
De Groene Toren staat autonoom in het stedelijke weefsel. De hoofdentree aan de westzijde ligt met een driehoekige voorplein aan de centrumring. De drukke Vestdijk wordt gedomineerd door grootschalige woon-, winkel-, kantoor- en hotelcomplexen met in de plint horecagelegenheden en winkels. De noordgevel grenst prominent aan het Stationsplein, dat net als de aangrenzende Dommelstraat autovrij is. Nagenoeg alle historische panden in dit gebied herbergen een café of restaurant. De andere zijden zijn met een smalle straat gescheiden van een groot bioscoopcomplex en een oude kantoorvilla.

Het nieuwe plan transformeert de 13.000 vierkante meter van de Groene Toren tot woongebouw voor de jongerendoelgroep van de functies rond het gebouw. De nieuwe bewoners van de toren kunnen kiezen voor een hotelkamer voor een kort verblijf, een woonruimte voor een tijdelijk verblijf of een appartement voor een lang verblijf. Op de eerste verdiepingen worden werk- en vergaderruimtes voor de bewoners gesitueerd. De café-restaurants op de begane grond worden vernieuwd en op het dak biedt een skybar een nieuw fantastisch uitzicht over de stad.

Eenvoudige aanpassingen op de begane grond verbinden het openbare gebied en de functies in het gebouw beter met elkaar. Het voetgangersgebied rond de toren met zal functioneren als een plaza. De nieuwe groene glasgevel maakt het gebouw lichter en toegankelijker. De nieuwe geleding verfijnt de verschijningsvorm van de toren. De huidige verzameling reclame-uitingen op de kopgevel aan het Stationsplein wordt vervangen door een enkel digitaal scherm die de hele hoogte van het gebouw beslaat. Dit past bij de uitstraling van het uitgaansgebied en de nieuwe bewoners van de toren.

Philips Lighting
Bij het voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting in het Emmasingelkwadrant is de situatie heel anders. Het T-vormig gebouw staat met een aantal nevengebouwen op een omheinde kavel van drieënhalve hectare op het voormalige Philipsterrein dat het dichtst tegen de binnenstad aanligt. Tussen de gebouwvolumes is het terrein verkaveld met honderden parkeerplaatsen. Succesvolle (her)ontwikkelingsprojecten aan de Emmasingel (Witte Dame), Wilhelminastaat (Regentenkwartier) en Mathildelaan (Lichtoren) en mogelijke (her)ontwikkelingslocaties aan de Vonderweg begrenzen de kavel.

In de visie van de gemeente en West 8 urban design & landscape architecture is een nieuwe centrale as gepland in het verlengde van de doorgang in de Witte Dame. Deze Lichtlaan verbindt het centrum met het Stadionkwartier en vormt een nieuwe ontsluiting van de functies in het Emmassingelkwadrant. De hekken rond het voormalige Philipscomplex verdwijnen en door een deel van het terrein te verdichten met drie nieuwe woontorens is er ruimte voor een nieuwe publieke ruimte. Aan de kant van de Lichtlaan maken de nevengebouwen en parkeerplaatsen plaats voor een nieuw park met een reconstructie van de Genderbeek. Het nieuwe singelpark is het groene hart van het Emmassingelkwadrant en een waardig entreegebied voor het imposante gebouw. Ondergrondse parkeervoorzieningen in de geplande nieuwbouw aan de Lichtlaan en aan de Mathildelaan voorzien in de gevraagde parkeerbehoefte.

Het voormalige Philipskantoor van 40.000 vierkante meter krijgt door de nieuwe context interessante transformatiemogelijkheden. De locatie en het gebouw zijn zeer geschikt voor huisvesting van jonge eenpersoonshuishoudens of expats. De grauwe betongevel met horizontale geleding wordt vervangen door een transparante gevel die de structuur van het gebouw afleesbaar maakt. De zeven verdiepingen worden opgedeeld tot compacte appartementen. Deze bachelor cribs zijn te klein voor een huiselijk leven, maar groot genoeg voor een (eerste) eigen thuis. Bewoners worden met name uitgedaagd tot een interessant publiek leven, te beginnen op de begane grond. De koffiebar maakt een espressoapparaat en een bureau in het appartement overbodig. Een kleine koelkast voldoet omdat winkels voor de dagelijkse boodschappen in de buurt zijn. De healthclub zorgt dat de bewoners in goede conditie blijven.

De toekomst van de stad bestaat al
De Groene Toren en voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting waren ooit moderne gebouwen. Deze gebouwen vervangen door iets dat nog moderner is, levert naar onze overtuiging geen betere stad op. De tragiek in de sloop-nieuwbouwbenadering is dat er blijkbaar geen betekenis gevonden kan worden in de bestaande context. Het is een wanhopige poging van bestuurders, ontwikkelaars en ontwerpers om met radicale vernieuwing de geschiedenis te wissen en de stad steeds van een nieuwe identiteit te voorzien.

De stad is nooit af, maar gebouwen zijn geen wegwerpproducten. Het secuur verbeteren van de stad geeft houvast. Plekken blijven herkenbaar, maar zijn tegelijk toekomstbestendig. Verhalen van vroeger krijgen een nieuwe betekenis voor de toekomst. Het aanpassingsvermogen van het stedelijke weefsel is enorm en de mogelijkheden bij een gebouwtransformatie zijn talrijk. Een stad wordt beter door de openbare ruimte te herwaarderen, op te knappen of uit te breiden en gebouwen te renoveren, te herbestemmen of te transformeren.

Bij de plannen voor de Groene Toren en voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting hebben wij aanknopingspunten in de bestaande stad gezocht en gevonden. Met programmatische aanpassingen, architectonische verbeteringen en stedenbouwkundige goede inbeddingen stellen wij een zorgvuldige en duurzame verbetering van de stad voor. Naoorlogse kantoorgebouwen kunnen volgens ons onderdeel zijn van de geschiedenis en toekomst van de stad.

Artikel in samenwerking met Paul Diederen. Artikel is gepubliceerd in Architectenweb #8, april 2015.

2013-05-02Souper #43

img

De laatste maandag van april gegeten met Robert van Kats (BKVV architects) en Martin Sobota (CITYFÖRSTER architecture + urbanism) in restaurant Huson. Beide kijken ver in de toekomst en laten de BRIC-landen links liggen en richten zich op het continent Afrika. Een interessante avond over architectuur maken en zaken doen in exotische oorden. Er liggen verrassend veel kansen in de verschillende Afrikaanse landen, maar om aan werk te komen en om gebouwen te realiseren vraagt om veel geduld en een bijzondere aanpak.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2012-03-07Souper #32

img

Een avondje Chinees met Michel Schreinemacher (Next Architects) en Ralf Pasel (Pasel K. architects). Beide vertelde ons enthousiast over hun ervaringen in China. Beide vertelde ons enthousiast over hun ervaringen in China. Enerverend en soms erg moeilijk, maar altijd spannend en goed eten. Respect voor deze avonturiers.

Het restaurant Asian Glories was het juiste decor voor sterke verhalen uit China. Een beetje flauw, maar het is ook gewoon een goed restaurant.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2011-10-04Souper #28

img

Maandag waren wij een stel bevoorrechte jongens. Onze charmante tafeldames Gus Tielens (korth tielens architecten) en Martine de Wit (DUS architecten) zijn speciaal voor ons helemaal uit Amsterdam gekomen.

Nu is restaurant Huson alleen al de moeite waard. Tijdens onze overheerlijke maaltijd hebben wij getracht het Amsterdamse architectuurklimaat te analyseren. Veel onderwerpen, instellingen en personen hebben de revue gepasseerd. Wij hebben veel enthousiaste verhalen gehoord en een enkel kritisch geluid. Wij zouden in Rotterdam eens kunnen beginnen om enthousiast te zijn over de stad. Wij zijn er maar gelijk mee begonnen.

Tussendoor was er een quiz. Teksten van verschillende levensliederen werden te gehore gebracht en aan ons de opdracht om te raden welke stad hoorde bij een bepaalde tekst. Een erg moeilijk opgave en de conclusie is dat de steden op dezelfde manier worden bezongen.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2011-07-25Trage kleuren

img

Onze huidige netwerksamenleving wordt beheerst door fysieke, sociale en virtuele netwerken. Kenmerkend voor deze netwerken zijn de woon-, werk- en mobiliteitscapsules. Het (spoor)wegennet, het luchtverkeersnet, het telefoon- of kabelnet en het World Wide Web functioneren allemaal op basis van auto’s, treinen, vliegtuigen, computers, kantoorunits en wooneenheden. In de netwerksamenleving verblijven en verplaatsen wij ons in veilige ruimtes die regen, wind, kou en warmte uitsluiten.

Het fysieke netwerk wordt bevolkt door forenzen, pendelaars die per trein of auto reizen tussen woon- en werkgemeente. Door het forensisme vervaagt de grens tussen privé en openbaar. De treinforenzen zien de ruimte van het openbaar vervoer als extensie van hun werk. Op de heenreis worden de vergaderstukken gelezen, op de terugreis wordt nog wat e-mail beantwoord of wordt gebeld. Voor autoforenzen geldt het omgekeerde. Zij zijn gelukkig als de auto de sfeer van thuis ademt. Alleen genietend van een mobiele ruimte neemt de autoforens het thuis zo lang mogelijk mee naar het werk, en als men na kantoortijd weer in de auto stapt, voelt men zich al meteen thuis. De leefomgeving van de forens wordt beheerst door interieurs die continu van betekenis veranderen, en kleur speelt hierbij een cruciale rol.

Voor treinforenzen is het toenemende belang van de capsule echter nog moeilijk te ontdekken. Bij elk nieuw model trein, maar ook bus, tram en metro, is er bezuinigd op de stoel- en beenruimte. Terwijl iedereen weet dat de gemiddelde mens alleen maar langer wordt en dat overgewicht inmiddels een algemeen probleem is. Anticyclisch investeren heeft bij openbaarvervoersorganisaties een hele andere betekenis. Wat al heel lang niet verandert zijn de basiskleuren van de treininterieurs. De kleur van de vloer, de wand en het plafond is wit, beige of grijs of een kleur die hierop lijkt of een kleur die alle drie de kleuren zou kunnen zijn. Dit sluit aan bij de beige trenchcoat (model forens) en de antracietgrijze Samsonite koffer (model Inspector) waarmee de treinforens vertrouwd is. Dat het werk van de treinforens al in de trein begint is opvallend, want de kleuren die wij thuis gebruiken komen juist overeen met de kleuren in de trein. Volgens de bouwmarkten gebruiken wij in een woning vooral de kleuren wit, beige en grijs en geven wij eventueel een enkele wand een accentkleur. In een trein zijn de stoelen meestal van een onderscheidende kleur. Vaak wordt gekozen voor de kleur die de vervoersmaatschappij hanteert in haar logo, maar als dit niet zo is gaat het vaak om groen, blauw of rood, vaak voorzien van een non-descript dessin. Vervoersmaatschappijen die geel in hun logo hebben, hebben vreemd genoeg meestal geen gele stoelen. Waarschijnlijk is die kleur te licht.

Hoe anders is het bij de autoforens. De auto is als private capsule reeds ver doorontwikkeld en er wordt in ieder geval gestreefd naar zo veel mogelijk ruimte per persoon. De autoforens heeft keus uit een ruim aanbod van (lease)auto’s. Verder kan een autoforens zelf de kleur kiezen voor het exterieur en kan het interieur naar eigen smaak worden ingericht. De auto lijkt heel veel op een huis. Althans zo lijkt het in eerste instantie. Wat al snel opvalt bij auto’s is de schrikbarende eenheid in modellen en kleuren. De autoforenzen kiezen braaf een nette middenklasser die qua merk en model niet te veel uit de pas loopt met de rest. De best verkochte leaseauto’s in Europa zijn Volkswagen (Golf en Polo), Ford (Fiësta) en Opel (Corsa). De kleur van een auto is een belangrijk punt, dit in tegenstelling tot de kleur van de trein, die meestal simpelweg is gebaseerd op de bedrijfskleur. De keuzevrijheid van de automobilisten leidt ook tot niets spannends. Zwart is veruit de meest verkochte kleur auto is in Europa. Gevolgd door de kleuren zilver, grijs, blauw en wit. Auto¬ís in de kleuren rood, bruin, groen, paars en geel worden maar mondjesmaat verkocht. Voor het interieur ligt het nog extremer. Een gemiddelde Europese leaseauto heeft een zwart interieur. Details in het dashboard en de stoelen kunnen soms een afwijkende kleur krijgen, maar net zoals bij het exterieur dient er voor een afwijkende kleur een meerprijs te worden betaald. Daarom kiezen de meeste forenzen toch voor de kleur zwart. Dat de auto een gevoel van thuis oproept, is op z’n minst vreemd. Zwart wordt helemaal niet veel gebruikt als kleur voor een woninginterieur, en voor een woningexterieur al helemaal niet. Zo’n honderd jaar geleden zei Henry Ford over de T-Ford dat deze auto in alle kleuren te verkrijgen was, zolang het maar zwart was. Nu mogen wij zelf een kleur uitzoeken, maar kiezen we massaal voor zwart.

In de automotive-branche wordt het kleurenpallet bepaald een aantal jaren voordat het voertuig op de markt komt. Een onmogelijke opgave als je bedenkt dat kleuren elk modeseizoen wisselen. Maar ook een zwart pak, een wit shirt en een beige regenjas gaan, onafhankelijk van het modeseizoen, lang mee in je garderobe. Voorlopig zullen de kleuren van voertuigen dan ook niet snel veranderen.

(foto: Christoph Morlinghaus )

Dit artikel is gepubliceerd in Kleur in beeld ; Terra Lannoo ; 2011