2012-03-02Geen onnozele iconen

Geen onnozele iconen

Als evenement hebben de Olympische Spelen de rol van de wereldtentoonstelling volledig overgenomen. Waar voorheen de wereldtentoonstelling een beeld van de economische, sociale, culturele en technische voorspoed van de hoststad moest laten zien, staan tegenwoordig de inventieve architectuur en stedenbouwkundige ingrepen voor de Olympische Spelen vooraan in de citymarketing. Welke weerslag heeft dat (marketing)geweld op een stad?

Het Londense Hyde Park was in 1851 het toneel voor de eerste wereldtentoonstelling. Prins Albert, echtnoot van de Britse koningin Victoria, nodigde een reeks landen uit om kennis en kunde te delen. Joseph Paxton bouwde hiervoor het imposante Crystal Palace, een ruimte van staal en glas. Bij binnenkomst werden de bezoekers duizelig, en dat was ook precies de bedoeling van de Prins-gemaal. De rest van de wereld diende met name te zien hoe indrukwekkend de economische, sociale, culturele en technische vooruitgang van Groot-Brittannië wel niet was. Sinds die tijd is de wereldtentoonstelling lang gezien als hèt podium voor inventieve architectuur en gedurfde stedenbouwkundige ingrepen in een stad. Het tijdelijke karakter van deze gebeurtenis en een schijnbaar vriendschappelijke competitie creëerde een ideale situatie waarin ontwerpers ongelimiteerd konden experimenteren.

Inmiddels hebben de Olympische Spelen als evenement deze rol volledig overgenomen. Qua internationale concurrentie en profilering overtreft de vierjaarlijkse Olympiade nu de impact van een wereldtentoonstelling. Het Bureau International des Expositions heeft de grootste moeite om elke keer weer een stad te vinden die een grote wereldtentoonstelling wil organiseren. Terwijl het Internationaal Olympisch Comité (IOC) een hele manifestatie van de biedingprocedure heeft gemaakt waarin steden het tegen elkaar moeten opnemen om een Olympiade te mogen organiseren. Het binnenhalen van de Olympische Zomerspelen in London voor 2012 wordt dan ook als grote overwinning gezien van Sebastian Coe (voorzitter van het London Organising Committee of the Olympic Games and Paralympic Games) op de andere kandidaat-steden Parijs, New York, Madrid en Moskou. Het Olympisch adagium ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ geldt zeker niet bij een biedingprocedure voor een Olympiade. De belangen zijn groot en de voorinvesteringen aanzienlijk.

Sevilla versus Barcelona
In 1992 overstijgt de Olympiade van Barcelona voor het eerst een wereldtentoonstelling, die dat jaar wordt gehouden in hetzelfde land: de Universal Exposition of Seville. Sinds Spanje vanaf 1985 lid is van de Europese Unie (EU), is het land economisch snel gegroeid en heeft een sterke bewijsdrang om aan te sluiten bij de Europese tradities. Spanje wil op het wereldtoneel weer volwaardig meetellen.

Het verschil tussen beide steden is echter schrijnend. In Sevilla wordt geprobeerd het stadsdeel aan de overkant van de rivier, door middel van een imposante brug van Calatrava, bij het centrum te betrekken. Het werkt alleen tijdens de maanden van de Expo. Daarna mislukt de transformatie naar een kantoor- en bedrijvenlocatie met recreatieve voorzieningen schromelijk. Een aantal landenpaviljoens staat nu nog steeds weg te kwijnen op een troosteloos bedrijventerrein. Ruimtelijk heeft de wereldtentoonstelling dus geen enkele meerwaarde gecreëerd voor de stad. De Olympische Spelen voor Barcelona daarentegen zijn een opmaat voor de herstructurering van de hele stad. Wijken worden gerevitaliseerd, investeringen voor nieuwe sport- en verblijfaccommodaties worden over de hele stad verdeeld en een oud atletiekstadion wordt gerenoveerd. Tot vervelens toe is Barcelona sinds de Spelen van 1992 hèt voorbeeld voor upgraden van een stad en hoe die op de kaart te zetten bij een breed publiek.

Ondanks de grote investeringen in infrastructuur en de grote en massieve monofunctionele accommodaties kan een stad economisch en ruimtelijk blijkbaar dus beter worden na een Olympiade. Het IOC heeft dit als snel door en sinds 1992 worden de Zomerspelen en de Winterspelen niet meer in hetzelfde jaar gehouden. Sinds 1994 vinden de Winterspelen in de even jaren tussen de Zomerspelen plaats. De competitiedrang tussen landen en steden kan zo maximaal worden benut en de aandacht voor een manifestatie wordt goed verdeeld. Daarom hebben we nu elke twee jaar een succesvol, commercieel entertainmentevenement gerelateerd aan sport.

Hogere doelen
Na Barcelona wordt met de Zomerspelen in Atlanta (1996), Sydney (2000), Athene (2004) en Beijing (2008) de amusementwaarde van het megasportevenement verder ontwikkeld. Ook worden de Spelen in een aantal steden wederom als aanleiding gebruikt voor stedelijke vernieuwing. Maar alleen Sydney komt in de buurt van de impact die de Spaanse Spelen ruimtelijk op de stad hebben gehad. Atlanta had het niet echt nodig en in Athene is het gewoonweg mislukt. Het IOC verandert na Athene van strategie. De toenemende vercommercialisering en schaal van het evenement heeft zich immers langzaam tegen de organisatie gekeerd. Er worden hogere doelen gesteld en de aandacht wordt van economische aspecten verlegd naar maatschappelijke kwesties. Het IOC stelt randvoorwaarden aan China: het land moet de mensenrechten verbeteren. Maar echt moeilijk wil het IOC het China ook weer niet maken. Het is dan ook maar de vraag of Beijing de Olympische Spelen daadwerkelijk nodig heeft gehad voor verdere ruimtelijke ontwikkeling, onduidelijk is ook of de mensenrechten in China wezenlijk veranderd zijn. De stad zal zich zonder de Spelen waarschijnlijk net zo snel en voortvarend ontwikkeld hebben, met even spectaculaire gebouwen. Omdat het IOC verder niet aan nazorg doet, bekommert de organisatie zich na het evenement niet meer om de exploitatie van de verschillende stadions en de mensrechten.

Nieuwe Spelen, nieuwe kansen
Met de toekenning aan Londen is het IOC wel een stap verder gegaan. De tijd van alleen een sportfeestje geven is voorbij. Londen heeft de Spelen van 2012 mede gekregen door de maatschappelijke- en duurzaamheidsdoelstellingen van de stad. Er dient op een structurele manier iets te worden achtergelaten in het stadsbeeld. De Olympische Spelen worden ingezet ter verbetering van sociaal zwakkere wijken. De maatschappelijke relevantie van sport in de samenleving wordt daarmee verder uitvergroot en gekoppeld aan ruimtelijke transformaties.

De hoofdlocatie van de XXXe Olympiade is het Olympische park in de wijk Stratford. Het park bevat naast het Olympisch dorp het Olympisch stadion, zwembad, hockeycentrum, velodrome en de hand- en basketbalarena. Het stedenbouwkundig masterplan voor het hele park, inclusief de infrastructuur is in handen van een consortium onder leiding van het architecten- en ingenieursbureau EDAW, inmiddels AECON genoemd. Al ruim voor de spelen is de Olympic Delivery Authority, verantwoordelijk voor realisatie van de nieuwe accommodaties en infrastructuur, bezig met de nalatenschap van de Spelen. Dat is uniek in de geschiedenis van de Olympische Spelen, en met de oprichting van de Olympic Park Legacy Company wordt er ook serieus werk van gemaakt.

Mythe
Het park en de gebouwen zijn nog niet af, laat staan gebruikt, maar het hergebruik en de herbestemming is al bekend. Althans op papier, onderhandelingen over nieuwe bestemming(en) lopen niet allemaal even goed. Duidelijk is wel dat het park na de Spelen een andere naam krijgt: het Queen Elizabeth Olympic Park, en een functie voor de omliggende buurten zal krijgen. Een deel van de sportaccommodaties wordt aangepast of verplaatst naar een plek elders in het Verenigd Koninkrijk. Een ander deel van de accommodaties komt beschikbaar voor de omliggende buurten. Het Olympisch dorp moet zo normaal mogelijk ogen, zodat het na de Spelen moeiteloos kan opgaan in de belendende stadsdelen. Uitbreidingen zijn nu al voorzien.

Het masterplan voor de Olympische Spelen is daarmee slechts het begin voor de (her)ontwikkeling van het hele gebied in Oost-Londen. Voor een tijdelijke evenementenlocatie heeft het plan een erg permanente vaste structuur en voor een permanent plan worden de kwaliteiten mede bepaald door een aantal kortstondige programmaonderdelen. Voor een Olympische locatie lijkt dit een originele aanpak, maar voor het postolympisch tijdperk wordt weer teruggrepen op conventioneel stedenbouwkundig instrumentarium. Het tijdelijke ogende, maar permanent bedoelde <i>orbit<i> van kunstenaar Anish Kapoor naast het Olympisch stadion is hiervan het beste voorbeeld. Dit stalen kunstwerk met uitkijkplatform wordt nu al de Eiffeltoren (wereldtentoonstelling 1889) van Londen genoemd en moet het landmark van de Spelen, èn de herinnering erna, worden. Maar in Londen zouden ze beter moeten weten. Het Crystal Palace werd na de wereldtentoonstelling tenslotte ook afgebroken, elders opgebouwd en is uiteindelijk volledig afgebrand. Het gebouw heeft hierdoor een mythe gecreëerd, de eerste wereldtentoonstelling is bij iedereen in het geheugen geprent en heeft het Hyde Park tot een legendarisch plek gemaakt.

Hoe het ook uitpakt in Londen, de aanpak is in ieder geval uniek te noemen en past bij een de nieuwe visie van het IOC waarin de nalatenschap in een stad serieus wordt genomen. Het IOC wil geen witte olifanten meer achterlaten na het sportfeestje. Nutteloze gebouwen op een verkeerde plek die niet rendabel te exploiteren zijn na de Spelen, moeten worden voorkomen.

Nieuwe Spelen, hetzelfde plan
Rio de Janeiro is in 2016 de volgende stad waar de Zomerspelen worden georganiseerd. Voor het eerst in de geschiedenis zijn deze Spelen in Zuid-Amerika. Net als Spanje in de jaren negentig en China in het begin van de twintigste eeuw, heeft Brazilië het komende decennium haar <i>‘Coming out parties’<i>. Met het wereldkampioenschap voetbal in 2014 en de XXIe Olympiade in 2016 wil Brazilië zich nadrukkelijk manifesteren op het wereldtoneel. De stad had zich al ook al in 2004 en 2012 kandidaat gesteld, maar de beperkte ervaring en de slechte infrastructuur waren toen steeds een groot probleem. Bij de biedingprocedure voor 2016 hebben de beroemde stranden aan de Atlantische Oceaan het echter weten te winnen van de kades aan het Michiganmeer in Chicago, de Baai van Tokio en de rivier Manzanares in Madrid.

Het IOC realiseert zich dat elk land vraagt om een eigen invulling van de Olympische gedachte en doelstelling. Een ander land, een andere stad, een ander volk en een andere cultuur vraagt specifieke aanpak en organisatie. Deze nadrukkelijke verschillen vragen blijkbaar wel om dezelfde ruimtelijke vertaling. Het architecten- en ingenieursbureau AECON is opnieuw geselecteerd voor het masterplan van het Olympische park voor de Zomerspelen in Rio. Nu werkt AECON samen met Braziliaanse partners. Het Londense model voor een Olympisch park in vier fases wordt opnieuw toegepast. Eerst wordt de bestaande situatie zoveel mogelijk opgeschoond, bestaande gebouwen worden eventueel hergebruikt of herbestemd of anders gesloopt. Dan wordt voor de Olympische Spelen een beperkt aantal permanente en tijdelijke sport-, media- en woonaccommodaties gebouwd op het terrein. Vervolgens worden na de Olympische Spelen de meeste locaties verplaatst of aangepast om ze rendabel te kunnen exploiteren als buurt, wijk, stedelijke of regionale voorziening. Als laatste fase wordt rond de overgebleven voorzieningen een wijk met appartementen uit de grond getrokken.

In Londen lijken de plannen nog enigszins begrijpelijk voor de situatie en kan hoopvol naar de toekomst worden gekeken. In eerste instantie leidt de aanpak van het zogenoemde <i>embedded urbanism<i> tot een slim hergebruik van een record aantal bestaande sportaccommodaties. Ook wordt het grootste aantal tijdelijke voorzieningen gebouwd. De hoofdlocatie van de Olympische Spelen van 2016 ligt echter aan de rand van de beste wijk van Rio. Barra de Tijuca is een wijk die wordt gekenmerkt door een zeer hoge levensstandaard en een zeer hoog aantal privaat beveiligde wooncomplexen. Door het ontbreken van <i>favela’s<i> in de wijk en directe omgeving is het één van de veiligste plekken in Rio. Het driehoekige terrein van ongeveer driehonderd hectare grenst voor het grootste deel aan een meer. Een veiligheidsobsessie lijkt eerder de drijfveer voor dit ruimtelijke plan dan herstructurering van een stuk stad. Het Olympische park ligt volkomen geïsoleerd en AECON is niet in staat geweest om de sociale doelstellingen van de Spelen te vertalen in een ruimtelijk masterplan. De locatie is er gewoonweg niet geschikt voor en de belendende wijk heeft er geen behoefte aan. Toch is de trend na Londen wel gezet; er worden nu plannen gemaakt die over de Spelen heenkijken. De <i>‘hit-and-run’<i>-mentaliteit is over. Alleen wordt in Londen stadsdelen opnieuw met elkaar verbonden en in Rio slechts een stadsdeel uitgebreid.

Aanpassingsvermogen
Groot-Brittannië en Londen hoeven zich niet te bewijzen. Historische en emotionele argumenten zijn de drijfveren om een Olympiade opnieuw te organiseren. Londen heeft de Spelen niet echt nodig, maar de Spelen hebben de stad wel nodig. Londen gebruikt de Spelen als generator voor herstructurering van een deel van de stad. Dit was waarschijnlijk toch nodig geweest ergens in de komende jaren. Het gaat nu alleen beduidend sneller. De Spelen gebruiken Londen om te laten zien dat het evenement meer is dan een commerciële happening. In Rio de Janeiro worden de argumenten van de wereldtentoonstellingen uit de vorige twee eeuwen van stal gehaald. Steden in landen met opkomende economieën zijn op zoek naar een podium om zichzelf in de kijker te zetten.

Bij beide Spelen zijn onnozele iconen tot een minimum beperkt. De gebouwen blijven spectaculair, maar zijn duurzaam, demontabel en makkelijk te hergebruiken. De stedenbouwkundige plannen zijn programmatisch en ruimtelijk flexibel waardoor zij makkelijk aangepast kunnen worden aan de economische behoeftes in de jaren na de Spelen. Het legaat van de Spelen zit dus niet meer in gebouwen, maar in de verhalen en sportbeelden die in de zeventiendaagse Olympiade worden vastgelegd in een stad.

(Geen onnozele iconen is gepubliceerd in S+RO nr. 1/ 2012 )