2015-05-31Een internationaal architectuurevent in Oekraïne

img

Het was een enerverende tijd, afgelopen week op het internationale architectuur festival CANactions in Kiev. Ik was daar om een workshop te begeleiden, een lezing te geven, films in te leiden en heel veel te praten over de ontwikkeling van Kiev, de toekomst van Oekraïne en de plaats ervan in Europa.

De toekomst van het land is onzeker door de burgeroorlog in het westen van het land, de internationale aandacht voor de vliegtuigramp met de MH17, de annexatie van de Krim door Rusland en de veranderende maatschappelijke verhoudingen door Euromaidan (Revolutie van de Waardigheid). Daarbij komt dat het land op de Corruption Perceptions Index (175 landen) op plek 142 staat. Dit is de laagste notering voor een Europees land.

Betere stad
Deze ongewisse toekomst gaat gepaard met een niet functionerende ambtenarij en met tal van politici, die vooral hun eigen zakelijke belangen behartigen. De euforie van Euromaidan heeft dan ook maar zeer kort geduurd. Veel mensen die ik sprak tijdens CANactions weten niet hoelang deze onzekere tijden gaan duren, maar geloven wel dat veranderingen aanstaande zijn en willen die niet afwachten. Het land veranderen is niet gemakkelijk, maar laten wij beginnen met het maken van een betere stad.

Meer focus op stedebouw
CANactions is in 2008 opgericht door Viktor Zotov, een architect uit Kiev. Ik ken Viktor sinds 2003 toen we samen een workshop in Charkiv deden. Wij hebben sindsdien contact gehouden en wij werkten in het verleden samen aan projecten in Oekraïne. CANactions is opgericht om de kennisuitwisseling tot stand te brengen tussen architecten en stedebouwkundigen uit Oekraïne en de rest van de wereld.

Het kennisniveau in architectuur is over het algemeen hoog, maar de kennis van ruimtelijke ordening en stedebouw is verouderd of helemaal niet meer aanwezig. Sinds de onafhankelijkheid in 1991 is stedebouw taboe, maar is de bouwproductie explosief gegroeid. Sinds 2010 pleit ik voor meer focus op stedebouw en op de noodzaak voorwaarden te creëren voor een betere woon-, werk en leefomgeving.

Honger naar kennis
CANactions is een event van een week. Er wordt vooraf een prijsvraag georganiseerd; de resultaten worden tijdens de event gepresenteerd en beoordeeld. Gedurende deze week vindt ook de workshop plaats. De hele week zijn er lezingen van (inter)nationale gasten, diverse tentoonstellingen te bezichtigen en films (sinds 2 jaar, samen met AFFR) te zien. De honger naar kennis is groot in Kiev, de zaal met 350 stoelen zit bijna altijd vol, de tentoonstellingen worden goed bezocht. Sinds 2008 is het onderwerp verschoven van architectuur naar stedebouw. CANactions is eigenlijk de enige plek waar gediscussieerd wordt over de stad en stedelijke ontwikkeling.

Kwartiermaker
Het architectuurfestival vindt sinds vorig jaar niet meer plaats in het Huis van de Architectuur, maar is verplaatst naar een voormalige staalconstructiebedrijf op het zwaar verouderde industrieterrein Telychka aan de rand van het oude centrum. Het festival speelt nu een rol als kwartiermaker voor de mogelijke herontwikkeling van het gebied. Sinds dit jaar tracht CANactions de discussie breder te trekken dan alleen ontwerpers. Economen, verkeerskundigen, sociologen, filosofen en personen met culturele initiatieven in de stad worden bij het event betrokken.
Oekraïne staat stil, maar van stilzitten is geen sprake. Op beperkte schaal en met beperkte middelen wordt langzaam gewerkt aan structurele veranderingen in stedelijke (her)ontwikkelingen.

Blog website De Architect , 28 mei 2015.

2015-05-26De werkstad van gisteren is de woonstad van morgen

img

Transformatie van het naoorlogs kantoorvastgoed in Eindhoven

In Eindhoven groeit het aantal banen op autogeoriënteerde plekken sterk. In toenemende mate vertrekken bedrijven uit kantoorpanden in het centrum naar locaties aan de stadsrand met een directe aansluiting op het lokale en (inter)nationale wegennetwerk. De verhuizing van de arbeidsplaatsen vanuit de stadskern benadrukt de kracht van Brainport als intergemeentelijke samenwerking en de transitie van company town naar kennisregio.

Kantoorverzamelgebouw de Groene Toren (1974) en het voormalige internationale hoofdkantoor van Philips Lighting (1977-1982) in het stadscentrum staan door deze ontwikkeling leeg. De vele kleine bedrijven uit de Groene Toren zijn vertrokken naar werklocaties elders in de regio en Philips Lighting verhuisde naar de High Tech Campus. De vraag rees wat te doen met de achterblijvende gebouwen. Ze hebben beide geen uitgesproken architectonische kwaliteit en de stedenbouwkundig inbedding is problematisch.

Jong en oud genoeg
Overheden, gebouweigenaren en ontwerpers hebben ieder een eigen reden om met grote ijver deze zogenaamde stedenbouwkundige fouten en architectonische mislukkingen te herstellen. De Gemeente heeft in het algemeen weinig waardering voor naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen. Bij bestuurders leeft de gedachte dat sloop en nieuwbouw staat voor daadkracht en vooruitgang. Voor beleggers en ontwikkelaars is de business case van nieuwbouw veel eenvoudiger en bijna altijd voordeliger. Iedere generatie ontwerpers waant zich superieur aan een vorige. Zij kiezen ook het liefst voor tabula rasa.

Met name gebouwen die te jong zijn om als onmisbaar te worden beschouwd, maar oud genoeg om te slopen, zijn vaak slachtoffer van het onbedwingbare verlangen naar nieuwbouw. Gebouwen gerealiseerd tussen 1960 en 1990 vallen vaak in deze categorie. Plots zijn deze gebouwen esthetisch ongewenst, staan ze op de verkeerde plek in de stad, zijn de bouwkundige gebreken een onoverkomelijk probleem of zijn de eisen en wensen van gebruikers niet verenigbaar met de structuur van het gebouw

In opdracht van Foolen & Reijs Vastgoed hebben wij voor de Groene Toren en het voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting een transformatieplan gemaakt. De positie in de stad en de robuuste hoofddraagconstructie van de Groene Toren en het voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting, bieden voldoende aanknopingspunten voor hergebruik tot wonen. In de nabijheid van beide panden bevinden zich winkels, horeca en cultuurpodia. De auto-ontsluiting en parkeervoorzieningen in het centrum van Eindhoven zijn uitstekend. Een (hoogwaardig) openbaarvervoernetwerk is aanwezig. De combinatie van consumptieve voorzieningen en goede bereikbaarheid is onweerstaanbaar voor jonge stedelingen, maar ook ouderen die in de stad willen wonen en mensen die de stad willen bezoeken.

De Groene Toren
De Groene Toren staat autonoom in het stedelijke weefsel. De hoofdentree aan de westzijde ligt met een driehoekige voorplein aan de centrumring. De drukke Vestdijk wordt gedomineerd door grootschalige woon-, winkel-, kantoor- en hotelcomplexen met in de plint horecagelegenheden en winkels. De noordgevel grenst prominent aan het Stationsplein, dat net als de aangrenzende Dommelstraat autovrij is. Nagenoeg alle historische panden in dit gebied herbergen een café of restaurant. De andere zijden zijn met een smalle straat gescheiden van een groot bioscoopcomplex en een oude kantoorvilla.

Het nieuwe plan transformeert de 13.000 vierkante meter van de Groene Toren tot woongebouw voor de jongerendoelgroep van de functies rond het gebouw. De nieuwe bewoners van de toren kunnen kiezen voor een hotelkamer voor een kort verblijf, een woonruimte voor een tijdelijk verblijf of een appartement voor een lang verblijf. Op de eerste verdiepingen worden werk- en vergaderruimtes voor de bewoners gesitueerd. De café-restaurants op de begane grond worden vernieuwd en op het dak biedt een skybar een nieuw fantastisch uitzicht over de stad.

Eenvoudige aanpassingen op de begane grond verbinden het openbare gebied en de functies in het gebouw beter met elkaar. Het voetgangersgebied rond de toren met zal functioneren als een plaza. De nieuwe groene glasgevel maakt het gebouw lichter en toegankelijker. De nieuwe geleding verfijnt de verschijningsvorm van de toren. De huidige verzameling reclame-uitingen op de kopgevel aan het Stationsplein wordt vervangen door een enkel digitaal scherm die de hele hoogte van het gebouw beslaat. Dit past bij de uitstraling van het uitgaansgebied en de nieuwe bewoners van de toren.

Philips Lighting
Bij het voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting in het Emmasingelkwadrant is de situatie heel anders. Het T-vormig gebouw staat met een aantal nevengebouwen op een omheinde kavel van drieënhalve hectare op het voormalige Philipsterrein dat het dichtst tegen de binnenstad aanligt. Tussen de gebouwvolumes is het terrein verkaveld met honderden parkeerplaatsen. Succesvolle (her)ontwikkelingsprojecten aan de Emmasingel (Witte Dame), Wilhelminastaat (Regentenkwartier) en Mathildelaan (Lichtoren) en mogelijke (her)ontwikkelingslocaties aan de Vonderweg begrenzen de kavel.

In de visie van de gemeente en West 8 urban design & landscape architecture is een nieuwe centrale as gepland in het verlengde van de doorgang in de Witte Dame. Deze Lichtlaan verbindt het centrum met het Stadionkwartier en vormt een nieuwe ontsluiting van de functies in het Emmassingelkwadrant. De hekken rond het voormalige Philipscomplex verdwijnen en door een deel van het terrein te verdichten met drie nieuwe woontorens is er ruimte voor een nieuwe publieke ruimte. Aan de kant van de Lichtlaan maken de nevengebouwen en parkeerplaatsen plaats voor een nieuw park met een reconstructie van de Genderbeek. Het nieuwe singelpark is het groene hart van het Emmassingelkwadrant en een waardig entreegebied voor het imposante gebouw. Ondergrondse parkeervoorzieningen in de geplande nieuwbouw aan de Lichtlaan en aan de Mathildelaan voorzien in de gevraagde parkeerbehoefte.

Het voormalige Philipskantoor van 40.000 vierkante meter krijgt door de nieuwe context interessante transformatiemogelijkheden. De locatie en het gebouw zijn zeer geschikt voor huisvesting van jonge eenpersoonshuishoudens of expats. De grauwe betongevel met horizontale geleding wordt vervangen door een transparante gevel die de structuur van het gebouw afleesbaar maakt. De zeven verdiepingen worden opgedeeld tot compacte appartementen. Deze bachelor cribs zijn te klein voor een huiselijk leven, maar groot genoeg voor een (eerste) eigen thuis. Bewoners worden met name uitgedaagd tot een interessant publiek leven, te beginnen op de begane grond. De koffiebar maakt een espressoapparaat en een bureau in het appartement overbodig. Een kleine koelkast voldoet omdat winkels voor de dagelijkse boodschappen in de buurt zijn. De healthclub zorgt dat de bewoners in goede conditie blijven.

De toekomst van de stad bestaat al
De Groene Toren en voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting waren ooit moderne gebouwen. Deze gebouwen vervangen door iets dat nog moderner is, levert naar onze overtuiging geen betere stad op. De tragiek in de sloop-nieuwbouwbenadering is dat er blijkbaar geen betekenis gevonden kan worden in de bestaande context. Het is een wanhopige poging van bestuurders, ontwikkelaars en ontwerpers om met radicale vernieuwing de geschiedenis te wissen en de stad steeds van een nieuwe identiteit te voorzien.

De stad is nooit af, maar gebouwen zijn geen wegwerpproducten. Het secuur verbeteren van de stad geeft houvast. Plekken blijven herkenbaar, maar zijn tegelijk toekomstbestendig. Verhalen van vroeger krijgen een nieuwe betekenis voor de toekomst. Het aanpassingsvermogen van het stedelijke weefsel is enorm en de mogelijkheden bij een gebouwtransformatie zijn talrijk. Een stad wordt beter door de openbare ruimte te herwaarderen, op te knappen of uit te breiden en gebouwen te renoveren, te herbestemmen of te transformeren.

Bij de plannen voor de Groene Toren en voormalige hoofdkantoor van Philips Lighting hebben wij aanknopingspunten in de bestaande stad gezocht en gevonden. Met programmatische aanpassingen, architectonische verbeteringen en stedenbouwkundige goede inbeddingen stellen wij een zorgvuldige en duurzame verbetering van de stad voor. Naoorlogse kantoorgebouwen kunnen volgens ons onderdeel zijn van de geschiedenis en toekomst van de stad.

Artikel in samenwerking met Paul Diederen. Artikel is gepubliceerd in Architectenweb #8, april 2015.

2015-05-02CANactions 2015

img

Van 11 tot en met 16 mei 2015 ben ik curator in Kiev van de workshop: Tеlychka - A Place to Care.

Telychka is een industrieterrein tussen het historische centrum van Kiev en rivier de Dnjepr. De aanwezige infrastructuur voor auto’s en treinen vormen een barrière naar het centrum, maar maken het industriegebied tegelijk het goed bereikbaar. Via snelwegknooppunt, trein-, bus en metrohalte Vydubichy is het gebied Telychka goed te bereiken. Veel bedrijven hebben echter het gebied reeds verlaten en de aanwezige industrie behelpt zich in de zwaar verouderende gebouwen.

Telychka is een historische plek in Kiev. In 1694 komt de eerste vermelding voor van het gebied aan de monding van riviertje Lybid. Voor het industriële tijdperk bestond dit deel van de stad uit grasvelden, waar kuddes van jonge koeien grazen. Telychka is een koosnaampje voor een koe die vriendelijkheid van de boeren symboliseert. Tevens staat telychka in de Oekraïense traditie symbool voor voorspoed en vruchtbaarheid.

In de 20e eeuw is het gebied symbool komen te staan voor de opkomst en neergang van de Sovjet-industrialisatie. Nu kan Telychka een deel van de Oekraïense Europese droom in vervulling laten gaan en met creatieve industrie de verlaten fabrieken nieuw leven inblazen.

De Art Factory is gevestigd in een voormalige staalconstructiebedrijf en is uitgegroeid tot een katalysator voor de transformatie van Telychka. Gogolfest, het meest beroemde kunstfestival Oekraïne en CANactions, internationale architectuurfestival worden hier georganiseerd. Deze manifestaties veranderen het gebied in een permanente lab voor voormalige industriële gebieden.

De volgende stap in de ontwikkeling van dit gebied moet worden uitgevoerd door middel van een internationale workshop Теlychka - A Place to Care. Het doel van de workshop is om mogelijke strategische scenario’s voor het gebied te verkennen waarin het huidige synergetisch effect kan worden ingezet..

Hoe kunnen wij Telychka van waarde laten zijn voor de komende generaties? Hoe kunnen wij duurzame lang termijn ontwikkeling tot stand brengen? Hoe voorkomen wij korte termijn denken en commercieel roofbouw in het gebied dat weinig waarde voor de stad en de samenleving als geheel heeft?

We willen het concept van care introduceren als een vervanging van Oekraïense tabula rasa-aanpak voor soortgelijke projecten. Voorheen was er maar één enkel aanpak: alles slopen en opnieuw beginnen. Een aanpak waarin alleen de commerciële voordelen voorop stonden. Een project uitgevoerd met care moet een patroon voor verdere stedelijke interventies in Kiev worden en een einde maken aan de gebruikelijke afbraakcultuur.

2015-03-10Souper #62

img

Froukje van de Klundert (architect ONE Architecture) en Aglaee Degros (partner bij Artgineering) waren onze gasten bij Souper #62. Kennis maken, kennis delen en kennis verzilveren waren de gespreksthema.

Het werkveld van Froukje en Aglaee bevindt zich tussen marktpartijen, kenniscentra en publieke instellingen. Zij combineren onderzoek en ontwerp, wetenschap en praktijk op een bijzondere manier met elkaar. Culturele, economische en maatschappelijke aspecten maken integraal deel uit van hun werk als onderzoeker en ontwerpster. Echter de werkfrequentie bij deze uiteenlopende disciplines is totaal verschillend. Hoe maak je onderzoek relevant voor ontwerp en ontwerp relevant voor onderzoek?

Tijdens de avond in restaurant Huson is de ambivalentie tussen het realiseren van een opdracht en het bestuderen van een opgave verkend en besproken.

2015-01-26De toekomstige stad staat er al

img

Minister Blok ziet ‘mooie en creatieve kansen’ voor herbe- stemming van de 500 rijks- kantoorpanden, -kazernes en -gevangenisgebouwen. Hij spoort marktpartijen dan ook aan om meer initiatief te nemen. Het optimisme van een verkoopmakelaar heeft de minister zich snel eigen gemaakt, maar dat betekent nog niet dat het Rijk verstand heeft van de markt. Door 3,5 miljoen m2 rijksvastgoed toe te voegen aan de reeds 9 miljoen ongebruikte m2, ontstaat er een probleem dat niet met een commercieel praatje wordt opgelost.

Het probleem van de leegstand wordt bemoeilijkt door de crisis in de hele bouwketen. De keten is vooral ingericht op grote nieuwbouwprojecten in lege weilanden. Gemeenten verdienden goed geld aan de verkoop van grond. Investeerders en ontwikkelaars behaalden mooie rendementen met makkelijke nieuwbouw. Aannemers boekten door een zeer efficiënte manier van bouwen hoge winsten met nieuwbouw. En architecten mochten op een maagdelijk stuk grond keer op keer een mooi kunstje doen. Renovatie, herbestemming en gebouwtransformatie zijn tot nog toe marginale onderdelen geweest van de bouw. Dat is niet zo vreemd, omdat tot in het eerste decennium van deze eeuw steden de taak hadden om de groeiende bevolking te huisvesten. De bevolking in grote steden groeit nog steeds. Echter groeit het aantal ongebruikte vierkante meters in steden veel harder. De uitdaging van Rijk en gemeenten is nu het opvullen van de leegstand in de bestaande stad.

De recessie en de leegstandproblematiek zijn evenwel niet op te lossen met de denkwijze die de problemen heeft veroorzaakt. Bestaande gebouwen transformeren vraagt om een andere aanpak. De noodzakelijke vernieuwing in de bouwsector en het oplossen van de enorme leegstand gaan juist goed samen.

STOP MET ONVERANTWOORDE NIEUWBOUW
Voor deze vernieuwing moet het Rijk zijn bestaande economische topsectorenbeleid loslaten en zich enkel richten op de stad. Toekomstige welvaart zal grotendeels daar worden gecreëerd. Kenniseconomie, creatieve industrie en nieuwe maakindustrie hebben geen nieuwe, grote, monofunctionele gebouwcomplexen nodig, maar slimme duurzame gebouwen waar wonen, werken, studeren en recreëren soepel samengaan. Het hergebruiken van gebouwen uit het industriële verleden is een goed begin. Gemeenten moeten ophouden nieuwe grond uit te geven aan de rand van de stad en onverantwoorde nieuwbouw toe te staan. Met de huidige leegstand is dit onnozel; het frustreert aanpassingen van het bestaande vastgoed en de stedelijkheid wordt er niet beter van. Het is bovendien geen proactieve en duurzame manier van werken. Een verdienmodel dat is gebaseerd op transformatie en niet op nieuwbouw, dient door gemeenten en marktpartijen te worden ontwikkeld.

DE KRACHT VAN VROEGER VOOR LATER
Uitgangspunten bij hergebruik van een gebouw, zijn dat het beoogde programma aansluit bij de stedelijke of regionale ontwikkeling, het past in het bestaande gebouw en het waarde toevoegt aan de directe leefomgeving. Hergebruik om uitsluitend de architectonische kwaliteiten of de bijzondere geschiedenis, is kwetsbaar. Leegstaande gebouwen die niet in de stad staan of niet goed zijn aangesloten op de stedelijke voorzieningen, zijn rijp voor sloop.

De economische, maatschappelijke en ruimtelijke condities van het bestaande leiden, in combinatie met het nieuwe programma, altijd tot unieke opgaven. Standaardoplossingen zijn bij transformatieopgaven nooit aan de orde. Toch zijn er grofweg drie vormen van transformatie te onderscheiden: 1) toevoeging, 2) reorganisatie en 3) metamorfose. Respectievelijk tasten ze in hogere mate het bestaande object aan. Vaak komen ze in combinatie voor.

1. TOEVOEGING
Allereerst kunnen door een aanbouw extra verdiepingen, een verbindingsstuk of het integreren van een ander volume, bestaande ruimten worden vergroot, gepenetreerd of geherpositioneerd. Terwijl het oude gebouw deels intact blijft, wordt het door een toevoeging geschikt gemaakt voor het nieuwe programma en krijgt het voorkomen een nieuw kader. Bij een dergelijke ingreep zijn de verschillende tijdlagen vaak duidelijk afleesbaar. Tegelijkertijd geldt dat een toevoeging pas succesvol is als het bestaande een vanzelfsprekend geheel vormt met het nieuwe. Vaak zijn hierbij de karakteristieken van de oudbouw leidend voor de architectuur van de toevoeging.

De voormalige Constant Rebecque Kazerne in Eindhoven is daarvan een goed voorbeeld. De kazerne van architect kapitein der genie A.G.M. Boost en omliggend terrein zijn herbestemd tot onderwijscampus voor de Internationale School Eindhoven. Het ontwerp omvat de renovatie van een aantal monumentale gebouwen uit 1938 en nieuwbouw van een serie panden op het terrein. De bestaande en nieuwe bouwvolumes zijn door een strategisch gepositioneerd souterrain met elkaar verbonden. Het complex is hierdoor één logistiek geheel, terwijl de school op maaiveld uit verschillende volumes bestaat.

2. REORGANISATIE
Een tweede manier is reorganisatie: de prominente schil wordt zo veel mogelijk intact gelaten vanwege haar historische waarde, terwijl het interieur wordt aangepast ten behoeve van de nieuwe functie. Soms gebeurt dit radicaal, maar ook kleine ingrepen kunnen een groot effect hebben. Deze manier van transformeren is ook toegepast bij gebouw Anton op Strijp-S in Eindhoven. Het bestaande, representatieve voorkomen – dat herinnert aan de grootschalige productie door Philips – is niet uitgewist en tegelijkertijd is de ruimtelijke potentie als plek voor ontmoeting geopenbaard. Gebouw Anton is een van de oude Philipsfabrieken die de status van rijksmonument hebben gekregen. Momenteel wordt dit voormalige industriegebied getransformeerd tot een levendige woonwijk. Ooit werden er radio’s van Philips geproduceerd in het voormalige SBP-gebouw uit 1929, nu is het een gebouw om in te wonen, werken en ontspannen. Op de begane grond en de eerste verdieping zijn commerciële publieke functies als restaurants, bars en winkels te vinden. De tweede tot en met de zesde verdieping zijn opgedeeld in loftunits van 50 of 80 m2. Deze units zijn te koppelen en te gebruiken als woonwerkruimte, waarmee op de behoeften van de toekomstige gebruikers is ingespeeld. Op het dak is een gemeenschappelijke tuin ingericht met een indrukwekkend uitzicht. Programmatisch heeft het gebouw veel weg van een kleine stad. Maar om een vorm van stedelijkheid te creëren, is het van belang dat er ook ontmoetingen plaatsvinden en lokale netwerken ontstaan. Om dit mogelijk te maken, doorboren vijf ellipsvormige cilinders met smalle trappen de horizontale structuur van het gebouw. Zo is naast het bestaande stelsel van trappen en liften een nieuw en informeler ontsluitingssysteem geïntroduceerd. Hierdoor kunnen de gebruikers zich op verschillende manieren door het pand bewegen, wat de kans dat ze elkaar treffen vergroot. Door de bestaande betonnen constructie, die een flexibele indeling van de plattegrond mogelijk maakt, voegt het nieuwe programma zich haast geruisloos in de voormalige radiofabriek. De toegevoegde cilinders openbaren echter zijn potentie om te functioneren als een stukje stad in plaats van als een monofunctioneel gebouw.

3. METAMORFOSE
De laatste vorm van transformeren is de metamorfose, een totale make- over. Het bestaande gebouw wordt opnieuw geïnterpreteerd naar hedendaagse maatstaven. Dit resulteert in diepgaande architectonische ingrepen die maken dat het object verandert van verschijning, vorm of structuur. De ruimtelijke potentie van de robuuste draagstructuur – (meestal) het enige element dat in dit geval wordt behouden – staat centraal. Deze potentie wordt uitgebuit en uitgebreid ten behoeve van het nieuwe programma, zodat de oudbouw een nieuw leven tegemoet gaat. Zo werd het zieltogende multifunctionele wijkcentrum ’t Karregat in Eindhoven (van architect Frank van Klingeren) een herschepping van zijn gedachtegoed.

Het concept van ’t Karregat, is dat zich onder één dak verschillende belangrijke voorzieningen voor de achterliggende woonwijk bevinden zoals een basisschool, bibliotheek en supermarkt. Dankzij de stalen parapluconstructie die het dak draagt, ontstond een open plattegrond om de samenwerking tussen de functies te bevorderen. Helaas bleek dit niet te werken; de functies verschilden te veel om zich in dezelfde open ruimte te bevinden. Diverse aanpassingen maakten dat de kracht van het ontwerp van Van Klingeren – de oorspronkelijke dakconstructie en de stalen paraplu’s – onzichtbaar is geworden.

De herontwikkeling van ’t Karregat gaat wederom uit van deze kracht, al is de indeling anders georganiseerd. In het nieuwe ontwerp worden de paraplu’s ingepakt met doorschijnend materiaal zodat de achterliggende stalen constructie nog steeds zichtbaar is. Hierdoor kan het licht diep in het gebouw komen en worden tegelijkertijd stofoverlast en klimatologische problemen voorkomen. Door het realiseren van een nieuwe (deels) transparante glazen gevel, wordt de karakteristieke dakconstructie weer goed zichtbaar en wordt het concept van ‘meerdere functies onder één dak’ in ere hersteld.

Middenin het gebouw komt een flexibele kern met daarin de buurtontmoeting, gymzaal, evenementenhal en een nieuwe patio voor meer daglichttoetreding. Hier omheen worden de andere functies georganiseerd. Dit maakt van de kern een multifunctionele zone die bijna alle gebruikers doorkruisen. Op deze manier worden de oude idealen van ontmoeten en samenwerken op een nieuwe manier gefaciliteerd, zodat het complex straks wel functioneert zoals al jaren geleden de bedoeling was.

EEN NIEUWE WERKWIJZE
De voorbeelden bij de verschillende manieren van transformatie voldoen aan de basisuitgangspunten: de nieuwe functies zijn van belang om de Brainport regio Eindhoven verder te versterken, ze zijn goed geschikt voor het bestaande gebouw en ze bevorderen de leefbaarheid van de omliggende wijk. Met veel aandacht, toewijding, geduld en door wederzijds vertrouwen van alle betrokken partijen zijn deze projecten van de grond gekomen.
Minister Blok lijkt alleen gefocust op het behalen van de hoogste opbrengst voor het rijksvastgoed. Echter heeft het Rijk als grootste vastgoedeigenaar wel de taak ruimtelijke vernieuwing te stimuleren om gebouwtransformaties mogelijk te maken. Er dient samen met overheid, onderwijs en marktpartijen een nieuwe werkwijze te worden ontwikkeld voor transformatie van het bestaande vastgoed, waarmee economie, ruimtelijke ontwikkeling en de bouwsector zijn gediend. De minister vindt herbestemming geen taak van de overheid. Dat klopt, maar het Rijk heeft er belang bij het economische perspectief van een stad te verbeteren. Dit leidt uiteindelijk tot meer rendement.

De Internationale School Eindhoven, gebouw Anton en ’t Karregat zijn niet ontwikkeld vanuit een dogmatisch manier van financiering, traditionele toepassing van techniek en een strikte ontwerpmethode. Bij deze transformatieopgaven werd van vastgoedeigenaren, bouwers en ontwerpers een heel andere houding gevraagd. Niet vastgoedwaarde op korte termijn, maar de gebruikswaarde op langere termijn was maatgevend. Niet een bouwsysteem was het uitgangspunt, maar het bestaande gebouw dicteerde de bouwmethode. Vorm volgt functie werd vorm zoekt functie.

Artikel i.s.m Paul Diederen. Gepubliceerd in Renda januari 2015.