2014-11-06De bouw moet stad omarmen om zichzelf te redden

img

Bestaande gebouwen in steden nieuwe bestemming geven levert meer rendement op dan nieuwbouw in lege weilanden.

Minister Blok wil zijn overbodige panden in de etalage zetten. Hiermee wordt zo’n 2,8 miljoen vierkante meter Rijksvastgoed toegevoegd aan de reeds 9,2 miljoen m2 leegstaande kantoorvloeren. Het frisse optimisme van een verkoopmakelaar heeft de minister zich snel eigen gemaakt. Hij ziet ‘mooie en creatieve kansen’ voor herbestemming van de 500 kantoorpanden, kazernes en gevangenisgebouwen en hij spoort architecten aan om meer initiatief te nemen.

Het probleem van de leegstand wordt bemoeilijkt door de crisis in de hele bouwketen, een keten die vooral is ingericht op grote nieuwbouwprojecten in lege weilanden. Renovatie, herbestemming en gebouwtransformatie zijn tot nog toe marginale onderdelen geweest van de bouw. De recessie bij gemeentes, beleggers, aannemers, architecten en de leegstandproblematiek zijn echter niet op te lossen met een denkwijze die het heeft veroorzaakt. Wij vinden dat de broodnodige vernieuwing in de bouwsector én het oplossen van de enorme leegstand juist goed samengaan.

Het Rijk dient hiertoe zijn bestaande economische topsectorenbeleid beleid los te laten en zich enkel te richten op de stad. Toekomstige welvaart zal grotendeels hier worden gecreëerd. Kenniseconomie, creatieve industrie en nieuwe maakindustrie hebben geen nieuwe grote monofunctionele gebouwcomplexen nodig, maar slimme duurzame gebouwen waar wonen, werken en recreëren soepel samen gaan.

Gebouwen uit het (industriële) verleden zijn een goed begin. Voorwaarde is wel dat de emotionele waarde niet de overhand heeft. Hergebruik om alleen de architectonische kwaliteiten of bijzondere geschiedenis is kwetsbaar. Uitgangspunt moet zijn dat het beoogde programma de stedelijke of regionale economie versterkt, past in het bestaande gebouw en waarde toevoegt aan de directe leefomgeving.

Leegstaande gebouwen die niet in de stad staan of niet goed zijn aangesloten op de stedelijke voorzieningen zijn rijp voor sloop. De pijnlijke afbraak van een vooroorlogs gebouw en een verrassend tweede leven voor een naoorlogs gebouw horen hierbij.

Een bestaande gecompliceerde stedelijke situatie met een mix van gebruikers heeft de toekomst, een tabula rasa-plan met een eenduidige functie kan niet meer in Nederland. Het uitgeven van grond en wegzetten van onverantwoorde nieuwbouw gaan niet samen met de transformatie van het bestaande vastgoed. Gemeentes en marktpartijen moeten een verdienmodel ontwikkelen dat gebaseerd is op transformatie en niet op nieuwbouw.

Het dogmatisch denken vanuit financiering, techniek en ontwerp past niet bij een transformatieopgave. Van vastgoedeigenaren, bouwers en ontwerpers wordt een heel andere houding gevraagd. Niet vastgoedwaarde op korte termijn, maar de gebruikswaarde op langere termijn is maatgevend. Niet een bouwsysteem is het uitgangspunt, maar het bestaande gebouw dicteert de bouwmethode. Om te beginnen moet het modernistisch adagium van ontwerpers veranderen: vorm volgt functie wordt vorm zoekt functie.

De transformatieopgave in stedelijk gebied biedt volop kansen en kan het tij laten keren in de bouw. De minister vindt herbestemming geen taak van de overheid. Dat klopt, maar het Rijk heeft als grootste vastgoedeigenaar wel als taak ruimtelijke vernieuwing te stimuleren om gebouwtransformaties mogelijk te maken. Minister Blok is nu erg gefocust op het behalen van de hoogste opbrengst voor het rijksvastgoed, terwijl het verbeteren van het economische perspectief uiteindelijk tot meer rendement leidt. Er dient samen met alle betrokkenen een nieuw instrumentarium te worden ontwikkeld voor transformatie van het bestaande vastgoed, waarmee economie, ruimtelijke ontwikkeling en hele bouwsector zijn gediend.

Artikel (i.s.m. Paul Diederen) is gepubliceerd in Het Financieel Dagblad van 5 november 2014. Zie FD-website of PDF.

2014-10-08Souper #58

img

Uitgever Simon Franke (directeur Trancity) en journalist Michiel van Raaij (hoofdredacteur Architectenweb) waren onze gasten van september in restaurant Huson. Alle heren aan tafel maken zich zorgen over de toekomst van architectuurkritiek in Nederland. Met de ervaren boekenman en ervaren redacteur van een internetplatform hebben wij een interessant gesprek gehad over de toekomst van vakjournalistiek. Rooskleurig is het allerminst.

De opkomst van de Nederlandse architectuur eind jaren tachtig gaat gepaard met het uitgeven van professionele vakliteratuur. Samen hebben zij het architectuurklimaat in ons land tot grote hoogte laten stijgen. Wij kunnen ons afvragen of de Nederlandse architectuur op haar retour is, maar met zekerheid is wel vast te stellen dat de Nederlandse vakliteratuur aan het wegkwijnen is.

Wellicht is dit ook niet zo vreemd als men bedenkt dat het verdienmodel van boeken nooit gebaseerd is geweest op de verkoop van boeken. Ondanks dat architecten zeer goede boekkopers waren in het verleden was het ontvangen van subsidie van diverse fondsen noodzakelijke op een boek te produceren. Door de crises is de verkoop minder en het subsidiegeld beperkt. Een transitie naar een nieuw verdienmodel lijkt haast onmogelijk met bestaande organisaties.

Architecenweb is een exponent van de huidige tijd. Met de dagelijks stroom aan berichten hebben zij zich prominent genesteld in de Nederlandse architectuurwereld. Zij hebben nog nooit subsidie aangevraagd voor hun kernactiviteiten. Maar met alleen leden en de verkoop van banners is het hoofd haast niet boven water te houden.

Simon en Michiel vertellen dat hun kernactiviteiten noodzakelijk zijn om op een andere manier geld te verdienen. Boeken en nieuws leveren immers geen geld op. Het organiseren van activiteiten rond een boek of rond een bepaald thema wel. Sponsoren, nu partners geheten, zijn hiervoor wel te porren. Maar hoe lang gaat dit werken? En hoe bewaak je onafhankelijkheid?

De avond eindigt met veel onbeantwoorde vragen. Een goed architectuurklimaat gaat toch samen met serieuze onafhankelijke journalistiek over het vak? Wij moeten toch in staat zijn om dit te organiseren?

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2014-07-02Souper #56

img

Government relations advisor Marcel Douw (partner bij Total Identity) en grafisch ontwerper Marco Stout (directeur en oprichter Stoutkramer, bureau voor visuele communicatie) waren onze gasten op maandag 30 juni in restaurant Huson.

Indentiteit, branding en communicatie waren de thema's van de avond. Marcel heeft als directeur van Total Public een brede ervaring met de (semi)publieke sector. De clientèle van Marco bestaat voor een belangrijk deel uit organisaties die actief zijn in de architectuurbranche of culturele sector. Beiden werken ook samen met architecten en stedenbouwers en hebben ervaring om vanuit hun discipline te werken aan ruimtelijke opgaven.

Het publieke domein is het gezamenlijke speelveld aan tafel. Doorlooptijden, middelen en de omvang van de eindproducten zijn totaal anders. De avond was een soort stoomcursus communicatie en klantbenadering waar wij als architecten en stedenbouwers veel van hebben geleerd.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2014-03-10Souper #52

img

Maandag 24 februari waren projectmanager Merel Richter (Gemeente Rotterdam) en gebiedsmanager Rik Dalmeijer (Havenbedrijf bij ons te gast.

De stad en de haven aan dezelfde tafel is een recept voor een levendige discussie. Beide hebben eigen verschillende ideeën hoe de stad verder moet. Beide weten deze toekomstontwikkelingen overtuigend neer te zetten. Beide hebben ook nog gelijk. De stad en haven kunnen niet met en zonder elkaar. Dit is eigenlijk een heel interessante uitgangspunt voor een spannende stad.

Wij hebben voor de eerste keer gegeten bij restaurant Dertien. Een mooie ruimte op en mooie naoorlogse plek in de stad. Alle gerechten op de kleine kaart zijn verrukkelijk.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2013-12-11Souper #49

img

Maandag 2 december gegeten met Jelle Feringa (Hyperbody TUD, Odico, EZCT) en Egbert Stolk (stedenbouwkundige, onderzoeker TUD & Fontys Academie voor Architectuur en Stedenbouw). Met gedrevenheid vertelde zij beide over hun activiteiten. Abstractie en realiteit lopen in elkaar over de verhalen die ze vertellen. Jelle en Egbert maken de toekomst tastbaar. Intelligente en ondernemerschap, ontwerp en uitvoering vloeien samen. In de toekomst nemen ontwerpers verantwoordelijkheid op alle niveaus. Ik zie de toekomst met vertrouwen tegenmoet met deze kennis van deze avond.

Eten bij Huson is elke keer weer fantastisch.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.