2010-11-30Souper #20

img

Gisteren hebben wij een enerverende avond gehad met Jasper Jägers conceptontwikkelaar bij TCN Property Projects en David Tuinzing conceptionist bij gebiedsontwikkelaar Concire. De heren hebben ons ook uitgelegd wat conceptontwikkeling nu eigenlijk is. Ook vertelde ze ons dat de macht van projectontwikkelaars voorbij is. De crisis is dus ergens goed voor. Wij kunnen eindelijk weer eens het juiste programma om de juiste plek ontwerper. En als architecten en stedenbouwkundigen bereid zijn om meer kennis te ontwikkelen op het vlak van vastgoed wordt het pas echt leuk.

Het wordt inmiddels voorspelbaar, maar wij hebben wederom heerlijk gegeten bij restaurant Huson

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2010-11-04Slimme stad, geniaal land, schitterend leven

img

Een wereldtentoonstelling over kenniseconomie in Nederland

De wereldtentoonstelling in Shanghai heeft haar deuren gesloten. Het is de best bezochte tentoonstelling ooit. Precies 73.084.400 mensen bezochten Better City, Better Life. Volgens de organisatie bezochten slechts 3,5 miljoen buitenlanders de Expo, de overige 68,5 miljoen bezoekers kwamen allemaal uit China zelf. Volgens de laatste telling wonen er zo’n 1,3 miljard mensen in China. Dus krap 5% van de totale bevolking heeft maar de Expo bezocht. Waarschijnlijk valt dit percentage nog lager uit omdat net een paar miljoen ambtenaren en vrijwilligers opnieuw zijn begonnen met tellen. De volkstellers komen langs de deur en noteren het aantal inwoners per woning, volgend jaar april weten wij de nieuwe stand. Niemand zal verbaasd zijn als blijkt dat er nog meer Chinezen zijn op aarde en dat er wellicht nog meer mensen wonen in de verschillende grote steden van China. Wat mij wel verbaasd is de middeleeuwse manier van statistisch onderzoek en dat het gebrek aan betrouwbaar cijfermateriaal geen belemmering is voor economische vooruitgang en ruimtelijke ontwikkelingen.

De trek naar de stad en het gegeven dat meer dan de helft van de wereldbevolking in een stedelijk gebied woont stonden centraal in de themapaviljoens van de wereldtentoonstelling. Met spectaculaire tentoonstellingen zijn met name de kansen voor stedelijke ontwikkelingen getoond. Het optimisme is groot. Sterker nog. Wij worden geacht verder na te denken hoe wij de groei moeten gaan realiseren in bestaande en nieuwe steden. In 2030 woont naar verwachting driekwart van de bevolking in steden. De vraag is of deze eenzijdige manier van denken wel verstandig is. Wat en wie laten wij achter op het platteland en moeten hier niet serieuzer mee omgaan? Toen het communisme zichzelf ophief dachten wij ook even dat het kapitalisme had gewonnen. De vreugdestemming duurde niet zo heel lang, na een aantal crisissen weten wij nu wel beter. Hetzelfde geldt voor de stad. Het economisch succes van de van de stad wordt op termijn haar eigen ondergang. De geschiedenis leert ons dat de trek naar de stad een keer zal ophouden, misschien wel voor 2030. Op termijn zal een balans ontstaan tussen de stad en het platteland en over een aantal decennia zal weer een trek uit de stad beginnen. Dit issue is nog te ver weg. Tenminste zo lijkt. Stad en land hebben echter een wederzijdse afhankelijkheid. Op dit moment is deze afhankelijk niet is gebaseerd op gelijkheid. Enkel en alleen over de stad van de toekomst nadenken is veel spannender. De stad is op dit moment de winnaar en het is nu eenmaal leuker op bij de winnaar te horen.

In 2012 organiseert Venlo de Floriade, een internationale tuinbouwtentoonstelling die ook onder auspiciën staat van de Bureau International des Expositions, net zoals de tentoonstelling in Shanghai. Op de Floriade laten wij onze kennis op gebied van tuinbouw zien en dat doen wij niet voor de eerste keer. Deze negentiende tuinbouwtentoonstelling is al voor de zesde keer in Nederland. Moeten wij niet eens gaan voor een echte internationale wereldtentoonstelling?

Als wij in Nederland nu eens serieus werk gaan maken van kenniseconomie en tevens relatie tussen de stad en het platteland minder polariserend bekijken, dan kunnen wij misschien wel een vitaal model voor verstedelijking ontwikkelen. Een model dat is gebaseerd op een gelijkwaardige afhankelijkheid van stad en land en waarin op een ideale manier kenniseconomie wordt gefaciliteerd. Sinds de 19e eeuw is er geen wereldtentoonstelling meer geweest in Nederland. In 1883, 1887 en 1895 zijn wereldtentoonstellingen op het Museumplein in Amsterdam georganiseerd. Het wordt weer eens tijd. Wij hebben, als wij het goed aanpakken, ook weer iets te melden. Meer dan 73 miljoen bezoekers zullen wij niet gaan halen vrees ik, maar wat wij wel hebben is een tentoonstelling die onderbouwd is met echte cijfers en het grootste tentoonstellingsterrein ooit: 41.528 km². Heel Nederland.

Beeld: Wereldtentoonstelling in 1883 op het huidige Museumplein in Amsterdam; J.C. Greive.

2010-10-26Souper #19

img

Elke souper praten wij over stedenbouw en architectuur in Rotterdam, maar wij hebben nog nooit iemand van de dienst Stedenbouw aan tafel gehad. Hier hebben wij gisteren een einde aan gemaakt. Arjen Knoester en Annette Matthiessen waren onze tafelgasten in restaurant Huson . Zij werken beide bij de dS+V van de Gemeente Rotterdam. Wij hebben het gehad over het functioneren van de dienst nu en in het verleden, aanstaande bezuinigingen bij de gemeente, de Coolsingel en Eindhoven - Rotterdam: 10 - 0.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal vakgenoten uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2010-10-19Noodzaak voor echte oplossingen

img

Het centrale thema van de architectuurbiënnale in Venetië is: People meet in architecture. De tentoonstellingen in zowel het Nederlandse als het Belgische paviljoen laten zien dat niet alle gebouwen deze slogan levenslang kunnen waarmaken. Bepaalde gebouwen voldoen op een gegeven moment niet meer aan veranderende programmatische verlangens en terecht moeten wij dan ook nadenken over hergebruik. Maar gaat het bij beide tentoonstellingen wel eigenlijk om het werkelijke probleem van leegstand?

De installatie van landschapsarchitect Ronald Rietveld in Nederlandse paviljoen is prachtig. De 4.000 schaalmodellen van blauw hardschuim laten zien dat in Nederland prachtige kerken, kloosters, molens, ziekenhuizen, boerderijen, watertorens, fabrieken, vliegtuighangars, scholen en vuurtorens leegstaan. Alle maquettes zijn zorgvuldig op spankabels gezet, waardoor een ‘zwevende’ stad is ontstaan. De installatie is misschien zo fantastische omdat alleen inspirerende overheids- en publieke gebouwen worden getoond vanaf de 17e eeuw. Het statement van Rietveld om deze gebouwen tijdelijk te laten gebruiken door jonge beginnende creatieve ondernemers en of vaklieden is goed. Daarbij is het aanstekelijk dat dit nieuwe verbindingen tussen vakgebieden mogelijk maakt en het experiment bevordert. Ik ben echter wel bang dat deze strategie de echte problemen niet oplost. Commerciële kantoorpanden die de laatste dertig jaar zijn gebouwd vallen namelijk buiten de selectie. De leegstand in deze categorie gebouwen is juist het grootste probleem in de vastgoedsector. Op dit moment staat meer dan 7 miljoen vierkante meter commerciële kantoorruimte leeg en vooralsnog heeft niemand hier een oplossing voor.

Van de ongeveer 50 miljoen vierkante meter kantoorruimte in Nederland is een frictie en conjuncturele leegstand van 4 à 5% wenselijk. Deze buffer wordt nu dus ruimschoots overschreden en bij ongewijzigd beleid zal een deze overcapaciteit naar verwachting tot 2020 in stand blijven. De leegstand is niet volledig toe te schrijven aan de huidige crises. Vanaf 2005 is er al een overschot, maar de bouw van nieuwe kantoren ging toen gewoon door. Met aantrekkelijke huurkortingen werden nieuwe kantoren nog altijd afgezet. De overcapaciteit concentreert zich doordoor met name op de bestaande voorraad. Door de crises is de leegstand wel tot een ongekende hoogte gestegen. Als de economie weer aantrekt en de werkgelegenheid weer zal toenemen zal de vraag naar kantoorruimte stijgen, maar dit zal nooit tot een structurele afname leiden.

Lagere huurprijzen en het onttrekken van aanbod lijken logische om het aanbod structureel wel te laten afnemen. Dit is echter niet zo eenvoudig. De waarde waarvoor vastgoed in de boeken staat wordt mede bepaald door de mogelijke huuropbrengst. Het fors afboeken van de vastgoedportefeuille kan beleggers, investeerders en banken dan ook in de problemen brengen. Deze pijn zal door niemand in een keer worden genomen, alleen het geleidelijk afboeken op langer termijn zal een optie zijn waardoor grote leegstand voorlopig zal consolideren.

Komen wij toch weer uit bij herbestemming. Maar deze duurzame oplossing voor leegstand heeft ook nog weinig urgentie bij beleggers. Naast eventuele problemen met bestemmingsplannen is transformatie van de bestaand vastgoed risicovol en sterk afhankelijk van de locatie. De eigenaren die als eerste begint neemt het meeste risico. Als het niet lukt zijn de problemen nog groter, als het wel lukt profiteren de eigenaren van de omliggende panden onevenredig veel. Zolang er geen panden volledig leegstaan en er dus een minimale huuropbrengst kan worden geïncasseerd worden door beleggers geen kostbare investeringen gemaakt voor herbestemming.

Serieuze problemen te over en daarbij is het leegstaande commerciële vastgoed waar het om gaat vaak niet zo aantrekkelijk. Dus een tentoonstelling maken met deze gebouwen is misschien wat minder sexy. Alhoewel in het Belgische paviljoen lijken ze wel raad te weten met de interieurs van dit soort gebouwen. Nietszeggende gebouwonderdelen uit onbruikbare panden zijn op zorgvuldige wijze gered en tentoongesteld. Versleten tapijttegels, trapleuningen, drempels en lambriseringen hebben een tweede leven gekregen als minimalistisch kunstwerk. Met deze kennis kan wellicht op de volgende biënnale op een aantrekkelijke manier een onaantrekkelijk probleem aan de orde worden gesteld. Architectuur kan haar noodzaak bewijzen als oplossingen worden gegenereerd voor echte problemen.

2010-10-10Close Looking

img

Vorige week was ik enkele dagen in Venetië. Ik heb onder andere de expositie Le Arti di Piranesi bezocht in de Giorgio Cini Foundation op het eiland San Giorgio Maggiore. Op deze overzichtsexpositie is te zien dat Piranesi als architect, antiquair, archeoloog, graveur, tekenaar, vedutist en smaakmaker een bijzondere veelzijdige praktijk heeft gerund in de 18e eeuw. Aan de overkant van het water, op de architecturenbiënnale, is te zien dat tegenwoordig deze onmenselijke verzameling van ambachten niet zijn te verenigen in één enkel persoon of ontwerpbureau.

Giovanni Battista Piranesi heeft op een grondige manier Rome opgetekend, legde uiterst nauwkeurig een groot aantal monumenten vast en stelde met aanzichten en doorsneden de technische en constructieve details vast van de oude stad. Door zijn etsen van gedetailleerde stadsgezichten en gesublimeerde studies van de antieke Romeinse architectuur was Piranesi in zijn tijd al bekend bij vakgenoten en liefhebbers van het oude Rome. Mede door zijn polemische geschriften werd hij tevens als een belangrijk intellectueel gezien in het 18de-eeuwse Rome. Onder architecten zijn met name de beelden van imaginaire kerkers geliefd. Deze gravuren en etsen behoren tot een novum in de etskunst en zijn sinds de eerste publicatie in 1745 legendarisch. Tot op heden verwijzen architecten, kunstenaars en filmmakers naar deze Carceri d'Invenzione of zijn ze hier schatplichtig aan.

Op de architectuurbiënnale wordt bij mijn weten nergens direct verwezen naar Piranesi. Ook heb ik even geen ruimtelijke weergaves gezien die doen denken de kerkers van Piranesi. Dit is waarschijnlijk even uit. De werkwijze van Piranesi en zijn intense manier van verbeelden zijn wel terug te vinden bij een aantal presentaties. Zo zijn de tekeningen van het project 7 houses for 1 house van het architectenbureau De Vylder Vinck Taillie erg fascinerend. Zij hebben met een reeks minutieuze tekeningen het project op een originele wijze gepresenteerd. Het tekenwerk komt qua aandacht en toewijding dicht bij het werk van Piranesi. In zeker mate geldt dit evenzo voor het werk van Valerio Olgiati en de presentatie van Office Geers van Severen en Bas Princen die ook zijn te zien in het Arsenale. Eenvoudige en heldere tekening zijn een verademing in het geweld van renderings.



Studio Mumbai verbeeld met hun tentoonstelling Work-space het ambacht van de architect. De uitstalkasten puilen uit met exotische materialen en houten maquettes van gebouwen, de vloer staat vol met gebouwdetails op ware grootte en tafels puilen uit met houtverbindingen. Deze ruimte in het Arsenale laat de dagelijkse praktijk zien van het ontwerpen en maken van architectuur in India en geeft een inzicht in een werkwijze die wij allang niet meer kennen. De architect als traditionele bouwmeester is in deze tijd bijna vervreemdend.



Het bestuderen en optekenen van de stad vindt men terug in het Britse paviljoen . De door MUF architect samengestelde tentoonstelling laat zien hoe Venetië in de 19e eeuw werd vastgelegd door John Ruskin en de 21e eeuw door Wolfgang Scheppe. Er staat een model van vijftien vierkante meter dat het ecologisch functioneren toont van de lagune, inclusief een groot aantal opgezette vogels die hier leven. Maar ook is uiterst nauwkeurig de toeristische infrastructuur in kaart gebracht met de plekken waar illegale Senegalese straatverkopers hun waren aanbieden inclusief hun vluchtroutes als de politie hier verschijnt. Het middelpunt van het paviljoen is The Stadium of Close Looking. Een schaalmodel van 1:10 van het toekomstig Olympisch stadium in Londen. Het object is gebouwd door Venetiaanse timmerlieden en dient als een platform voor het maken van tekenen, het voeren van discussie en het presenteren van wetenschappelijk onderzoek. In The Stadium of Close Looking staat de stad in al haar facetten centraal en Venetië in het bijzonder. De uit Venetië afkomstige Piranesi zou hier vast blij mee zijn geweest.