Description

Verkenning gebiedsontwikkelingen Nieuwe Woud

  • Program
    Woonmileus en landschapontwikkeling
  • Client
    Samenwerkingsverband Regio Einhoven
  • Team
    Bas Driessen
    Bruno Evers
    Marco Vermeulen
    Theo Hauben
  • In samwerking met
    -Scape
  • Lokatie
    Best, Son en Breugel
  • Area
    14430000 m2
  • Date
    2006-11-07

De sleutel tot de inrichting van het gebied tussen Best en Son en Breugel ligt in een uitgebalanceerde afstemming en vervlechting van rood en groen. In zekere zin biedt de ruimtelijke opbouw en het gedifferentieerde gebruik van het Groene Woud hiertoe inspiratie. Het Frankisch erfsysteem en decennia van ruilverkaveling hebben hier geleid tot een uiterst gefragmenteerd kamer- en coulissenandschap. Samen vormen deze bosfragmenten een meer gesloten, interieur landschap, waarin oneindig veel kleinere ruimtes zich schuilhouden. Het Groene Woud manifesteert zich als een uitgestrekt en complex landschappelijk bouwwerk, waarvan de wanden door bomen worden gevormd. Met deze bomen is in de loop der tijd een indrukwekkende architectuur van buitenruimtes ontstaan: kamers, gangen en nissen in alle soorten en maten wisselen elkaar af. Het is een landschap dat kan groeien door verfijning en inbreiding zonder uit te dijen.

Een strategische gebiedsontwikkeling biedt een goede kans om tussen Besten en Son en Breugel een woonmilieu te cre�ren dat complementair is aan het reeds aanwezige aanbod van het omringend stedelijk gebied. Er is een grote behoefte in de regio aan meer (goed bereikbare) landelijke en groene woonmilieus, waarbij een integrale aanpak waarin de woningbouwopgave wordt gecombineerd met landschapsontwikkeling het mogelijk maakt om dit woonideaal in het Nieuwe Woud te realiseren.

Hoe dit er uit zou kunnen zien tonen we in drie ruimtelijke scenario�s voor het gebied, waarbij het eerste secanrio, Steppings Stones, woningbouw en landschapsontwikkeling hand in hand gaan in de meest directe vorm en worden bewoners 1:1 in contact gebracht met een groene woonomgeving. Ontwikkelingen vinden plaats op basis van beschikbaarheid van grond. Daar waar woningen worden gebouwd, wordt ook aan het landschap gebouwd. Dit kan worden bewerkstelligd door de instelling van een elementaire spelregel: de helft (of een andere verhouding) van de te ontwikkelen grond dient te worden beplant met bomen. De andere helft biedt ruimte aan bebouwing en kan worden ingericht als tuin en parkeergelegenheid.

In het tweede scenario, raamwerk worden langs alle bestaande en nieuw aan te leggen wegen bomen geplant. De mate van importantie van een weg in de ontsluitingshi�rarchie is daarbij bepalend voor het aantal rijen bomen. Zo zullen de hoofdontsluitingswegen worden begeleid door een dichte strook bomen, terwijl de buurtstraten �slechts� beplant zijn met minimaal een rij bomen aan weerszijden van de straat. Op deze wijze wordt er in de loop der tijd een heldere, krachtige landschappelijke drager gerealiseerd die het gebied in kamers verdeeld. De boomstroken fungeren daarbij in feite als coulissen of kamerschermen, waardoor de aard van de invulling van kamer tot kamer kan verschillen. Er zal daarmee een aantrekkelijke diversiteit en afwisseling ontstaan tussen �woonkamers� en kamers die een agrarische bestemming behouden. Ook de woningdichtheid en het type woning kunnen per kamer sterk verschillen.

Het laatste scenario, gehuchten, vertrekt bij de gedachte dat een aantrekkelijke woonomgeving een bepaalde maximale maat kent. Het wonen in (goed bereikbare) dorpen en gehuchten is juist voor de stedeling een goed alternatief voor de aaneengesloten, anonieme huizenzee van de stad. In een gehucht van maximaal zo�n tweehonderd huizen bestaat de mogelijkheid om elkaar bijna allemaal (van gezicht) te kennen en te groeten. Het is daarbij belangrijk dat deze woonomgeving een ruimtelijke begrenzing kent en afstand heeft tot andere gehuchten. Het grootschalige woonprogramma wordt hiertoe verdeeld over een twintigtal kleinere eenheden. Deze �gehuchten� worden zover mogelijk van elkaar gerealiseerd. Het tussenliggende gebied behoudt zijn agrarische bestemming. De gehuchten hoeven niet gelijktijdig, maar kunnen achtereenvolgens worden ontwikkeld. Binnen een gehucht is in principe (bewust) geen ruimte voor groei. Ieder gehucht heeft zijn eigen identiteit die gebaseerd is op een bepaald woonmilieu en woningtypologie.