
Hoe ziet Brainport eruit? (interview)
- Date
2005-11-19 - Publisher
Eindhovens Dagblad (dagblad) - Author(s)
C. de Graaf






Foto: P. Cox

Foto: P. Cox

Foto: P. Cox

Genuanceerde mengvormen van rood en groen

Het recreatief bereik van Zuidoost-Brabant

Kenniswerker van 9:00 - 17.00 en van 17:00 - 9:00


Impressies Zuidoost-Brabant

1. Nieuwe campussen met het rijkswegennet en het fietsnetwerk | 2. Bestaand collectief landschap | 3. Nieuw particulier landschap

1. Fifty fifty as you wish | 2. Van domein tot landschap

Nieuwe kaart van Zuidoost Brabant

Overzicht maquette | Fotograaf P. Cox

Overzicht maquette | Fotograaf P. Cox

Detail maquette

Detail maquette

Een basis regel voor ontwikkeling

Overzicht maquette | Fotograaf P. Cox
Zuidoost Brabant heeft de ambitie om als Brainport de concurrentie aan te gaan met andere kennisregio's in Europa. Om te kunnen overleven moeten nieuwe bedrijven en kenniswerkers uit de hele wereld worden aangetrokken. Het succes van een Brainport wordt voor een belangrijk deel bepaald door de kwaliteit van leven die wordt geboden. Uit onderzoek blijkt dat kenniswerkers over het algemeen op zoek zijn naar een rustige, veilige en groene woonomgeving.
Succesvolle innovatieve regio's in Europa en de Verenigde Staten afficheren zich zonder uitzondering nadrukkelijk met het landschap waarin ze gelegen zijn. Over het algemeen zijn dit kapitale landschappen, zoals de Alpen of de Middellandse Zee. Hoewel veel Nederlanders warme gevoelens koesteren voor het Brabantse landschap, is een concurrentiepositie op Europese schaal niet vanzelfsprekend. Wil Brainport slagen, dan zal naast kennisinfrastructuur, vooral in een aantrekkelijk woonlandschap geïnvesteerd moeten worden.
De bio-industrie is medeverantwoordelijk voor de teloorgang van het Brabantse landschap, maar met het vrijkomen van de Brabantse zandgronden kan een nieuw cultuurlandschap ontstaan, waarin een gewenste rurale woonidylle op grote schaal kan worden gehuisvest. De grootste uitdaging voor Zuidoost Brabant is om zoveel mogelijk woningen 'in contact te brengen' met een groene omgeving. Decennia van ruilverkaveling hebben geleid tot een gefragmenteerd boslandschap, waarin oneindig veel kleinere ruimtes zich schuilhouden. Deze bestaande bosfragmenten manifesteren zich samen als een uitgestrekt en complex landschappelijk bouwwerk, waarin de door bomen gevormde -kamers, gangen en nissen- in alle soorten en maten elkaar afwisselen. Het is daarom mogelijk aantrekkelijke groene woonmilieus te creëeren die bijdragen aan een verdere detaillering en verfijning van dit landschap. Gezocht moet worden naar mechanismen waarbij bouwen in het buitengebied betekent dat er tegelijkertijd aan landschap gebouwd wordt. Niet elders door middel van compensatiegroen, maar juist op de plek waar gebouwd wordt; daar waar bewoners er het meeste profijt van hebben.

Locatie in Eindhoven


Overzicht maquette

Impressies van de twee werelden

Impressie groengebied en straten

Voordelen van twee werelden

Kaart provincie Brabant met snelwegen

Bebouwingsplan met groenstructuur en infrastructuur

Details maquette
De analyse van de locatie schetst de aanwezigheid van een tweetal ruimtelijk fysieke systemen die van belang zijn voor de stedenbouwkundige uitleg van Waterrijk. Enerzijds is er de directe aantakking op het hoofdwegennetwerk waardoor de wijk in goede verbinding staat met voorzieningen en werkplekken. Anderzijds is er het groene park dat de locatie een bijzondere verblijfskwaliteit kan geven. In analogie met het menselijk lichaam dient de infrastructuur de wijk te doorbloeden, terwijl een groene long de wijk van zuurstof voorziet. Beide systemen, representeren verschillende werelden. Het wegenstelsel maakt uitwisseling mogelijk tussen Waterrijk en de moderne, globale realiteit van geld verdienen en consumeren. Het groene 'stelsel' daarentegen waarborgt de 'genius loci' en biedt de mogelijkheid tot ontspanning en introspectie. Beide systemen zijn van even groot belang voor een vitale woonomgeving. Het uitgangspunt is dan ook om alle woningen in directe verbinding te stellen met beide systemen. Feitelijk bevinden alle woningen zich dan altijd op de grens tussen infrastructuur en groen. Hiermee vormt zich tevens met leidmotief voor verdere uitwerking.
Door het voorgestelde centrale park in het masterplan op een aantal plekken het plangebied in te trekken neemt de lengte van de parkrand aanzienlijk toe. Vanuit tegenovergestelde richting worden de wegen tussen de groene lobben in geleid. Om het contactoppervlak tussen de woningen en het groen nog verder te vergroten kan de groenstructuur vervolgens worden verfijnd. Het park vertakt in ruimtelijk interessante grote en kleinere groene ruimtes die naar de individuele tuinen leiden. Om de woningen bereikbaar te houden vertakt ook de infrastructuur op een gelijksoortige wijze. De A2 splitst uiteen in hoofdwegen, subwegen en mondt uiteindelijk uit in individuele opritten.
