2011-02-25Gewenste scheiding, ongewenste afscheiding

Gewenste scheiding, ongewenste afscheiding

Elke gevel, muur en hekwerk heeft een tweezijdige verschijningsvorm waarmee een splitsing wordt gecreëerd. Tegelijk is het de taak van de architect om te trachten de gevolgen van de splitsing te voorkomen. Het werk van de architect is hierdoor paradoxaal. Begrippenparen als separatie en vereniging, veiligheid en angst, gelijkheid en ongelijkheid, vervreemding en integratie dienen tegelijkertijd vorm te krijgen. De sleutel tot het ontwerpen van een goede grens is om door middel van een muur of gevel te onderzoeken wat de relatie is tussen beide zijden van een afscheiding.

Het artikel Gewenste scheiding, ongewenste afscheiding; Existeren in gescheiden nabijheid, is opgenomen in de publicatie Integratie & de Metropool; Perspectieven voor 2040.

Gewenste scheiding, ongewenste afscheiding; Existeren in gescheiden nabijheid

Architectuur is een oud, traag en ambachtelijk vak waarin architecten door middel van muren ruimtes creëren die voor beschutting zorgen. Deze muren bieden primair bescherming tegen wind, regen en kou, en dragen een dak met dezelfde kenmerken waardoor er een gebouw ontstaat dat loodzwaar en onbeweeglijk is. Gebouwen, maar ook stedelijke structuren, worden ontworpen voor decennia, zo niet voor honderden jaren. Dit in tegenstelling tot het dagelijks leven wat zich erin afspeelt – dit voltrekt zich in een tijdspanne van dagen, maanden, jaren, en is erg trendgevoelig. Architectuur is dus geen mode, maar er zijn wel overeenkomsten tussen kleding en architectuur. Beide geven bescherming en zorgen ervoor dat wij ons behaaglijk voelen. Met vorm, materiaal en kleur van kleding en muren wordt een identiteit gecreëerd voor een individu of een gemeenschap. Sinds buitenmuren van gebouwen niet meer dragend hoeven te zijn, kunnen architecten gevels om een bouwskelet heen draperen zoals kledingontwerpers dit doen bij modellen. Kleding en gevels worden respectievelijk tweede en derde huid genoemd. Waar kleding de laatste mode moet volgen, dienen gebouwen en steden juist niet de waan van de dag te representeren. Zij dienen als geruststellende en stabiele getuigen van alles wat wij als mensen doen. Gebouwen en steden zorgen voor een collectief tijdsbesef en houden een vorm van culturele synchronisatie in stand.

De stad geen kunstwerk
Het werk van de architect bestaat traditioneel uit het beheersen van bedreigingen. Dat hierbij niet alleen kennis van fysieke bescherming belangrijk is maar ook beheersing van de psychologische en sociologische krachten die hierin een rol spelen, is voor architecten evident. Architecten zijn te allen tijde geneigd om de wereld te verbeteren met nieuwe ontwerpen waarin alle aspecten worden opgelost. Planning en maakbaarheid hebben een sterke traditie in de Nederlandse ruimtelijke ordening en in het verleden hebben architecten een aantal sociaal-maatschappelijke ideologieën kunnen realiseren. Typische voorbeelden zijn de wijken Bijlmermeer in Amsterdam, Pendrecht in Rotterdam en Kanaleneiland in Utrecht. Deze wijken vormen nu het voorbeeld dat gebouwde sociaal-maatschappelijke ideologieën vaak misgaan na verloop van tijd. De stad is geen kunstwerk, en ontwerpers hebben te lang gedacht alle problemen te kunnen oplossen door nieuwe wijken te bouwen aan de rand van de bestaande stad in een leeg weiland. Het samentrekken en afzonderen van groepen mensen binnen de samenleving is hierdoor bevorderd en ruimtelijke segregatie in steden is nu gelijk aan sociaal-culturele segregatie. De Vinex-wijken zijn de laatste in deze reeks en worden wellicht de volgende probleemwijken over dertig jaar. Architecten moeten zich grondiger afvragen hoe zij de wereld beter kunnen leren begrijpen en kunnen sociaal-maatschappelijke problematiek niet oplossen met eenzelfde ontwerphouding waarmee deze is ontstaan. De maakbare samenleving bestaat niet meer, ontwerpers moeten op zoek gaan naar haalbare oplossingen voor verschillende groepen mensen die een eigen territorium claimen. Bij de toekomstige ruimtelijke opgaven in Nederland wordt het een uitdaging om mensen gescheiden te laten leven in elkaars nabijheid. Revitalisering van bestaande stedelijke structuren waar verschillende groepen mensen met verschillende leefstijlen naast elkaar kunnen wonen en werken, moet het uitgangspunt zijn. We moeten zeker niet meer gaan bouwen aan de rand van de stad, maar slimmer gaan bouwen in het bestaande stedelijke weefsel.

Vrijheden en angsten
Ruimtelijke ontwikkelingen en verlangens worden mede ingegeven door technologische progressie. Door technologische vooruitgang staat thuis niet meer gelijk aan een huis en is het publieke domein niet per se de openbare ruimte. Wonen, werken en ontspannen lopen door elkaar en zijn niet aan een plek gebonden. Door de huidige (snelle) draadloze netwerken kunnen wij met onze laptop of slimme mobiele telefoons altijd en overal telewerken, telebankieren, telewinkelen en onderhouden wij de verbinding met onze vrienden en bekenden met sociale media. Daarbij zijn huiskamers uitgerust als bioscoop (home entertainment-set), concerthal of voetbalstadion (live streaming) en café (BeerTender en espresso-automaat). Geen enkele activiteit is meer gebonden aan een ruimte of plek en wij hebben ruime keuzemogelijkheden hoe, waar en wanneer wij willen wonen, werken en ontspannen. In onze huidige netwerksamenleving zijn sociale ontwikkelingen en ruimtelijke verschijningsvormen onafhankelijk gaan functioneren.
Dit levert veel vrijheden op, maar ook angst wordt hiermee aangewakkerd. Demografische angst, economische angst, angst voor terreur en migratieangst zijn gevolgen waarmee wij moeten leren leven. Architecten kunnen deze angsten niet oplossen. Zij kunnen alleen een fysieke bescherming bieden en voor continuïteit zorgen. Het beheersen van deze angsten en het creëren van veiligheid zijn noodzakelijke ingrediënten in onze sterk geïndividualiseerde samenleving. Wij trekken ons terug achter een scala aan fysieke (en niet-fysieke) grenzen met veiligheidsmaatregelen om ons beschermd en veilig te voelen. Wij resideren in wooncomplexen of woondomeinen, werken op een campus en winkelen of ontspannen in een collectieve binnenruimte. Steden worden langzaam een opstelsom van enclaves waarin toezicht wordt gehouden door surveillanten. Technologische ontwikkelingen leiden ons tot grenzeloze mogelijkheden, maar ook tot meer fysieke grenzen die zich duidelijk in de stad manifesteren. De stad als geheel is een economische eenheid, maar intern raakt deze meer en meer verdeeld. Kantoor- en huizencomplexen, winkelcentra, scholen worden voor de buitenwereld afgeschermd door gevels, waarachter alle activiteiten plaatsvinden. Parken, recreatieterreinen en huizen in buitenwijken worden omheind door muren of hekken. Op zichzelf zijn enclaves geen probleem. Het is zelfs een ontwikkeling die leidend kan worden voor de inrichting van Nederland in de toekomst. Positionering en toegankelijkheid zijn wel cruciaal voor de leefkwaliteit in en buiten de enclave. Een ideale wereld insluiten moet niet inhouden dat de buitenwereld wordt genegeerd – dan gaat het fout. We moeten ervoor waken dat de reactie op het muren maken niet gelijk is als de aanleiding: meer muren. Oorzaak en gevolg lijken nu soms onlosmakelijk verbonden met elkaar. In landen waar grote verschillen zijn in bijvoorbeeld rijkdom of religie worden beschermingen steeds extremer. Iemand die zich wil beschermen, moet altijd minder kwetsbaar zijn dan de buurman, dus wordt er een hogere muur gebouwd dan die van de buurman. De kwetsbare buurman past vervolgens zijn bescherming aan. Hogere, zwaardere en extremere beschermingen zijn het gevolg. Door de inwoners van steden als bijvoorbeeld Dar es Salaam in Tanzania wordt dit ook wel het ‘fencing syndrome’ genoemd. Dit spel van opbieden om steeds maar niet kwetsbaarder te zijn, vergroot de verschillen tussen mensen en gemeenschappen alleen maar en leidt tot een extreem onprettige openbare ruimte tussen de verschillende enclaves. Niemand acht zich verantwoordelijk voor de ruimte aan de ‘andere’ kant van de muur.

Denkbeeldige grenzen
In Nederland is het nog niet zo ver. Maar hoe kunnen er goede ruimtelijke enclaves worden gemaakt zonder dat mensen zich volledig afzonderen en anderen worden uitgesloten? Door veiligheid als integraal onderdeel te beschouwen in stedenbouw en architectuur is deze cirkelredenatie te doorbreken. Voor een belangrijk deel zit deze opgave in het ontwerpen van grenzen. Steden worden verdeeld in denkbeeldige grenzen waarmee de stad in wijken en buurten wordt verdeeld. De grenzen hoeven niet samen te vallen met bijvoorbeeld etnische of religieuze groepen. De sociaal-culturele grenzen van de moderne stad zijn dynamisch. Het is belangrijk om te weten wie aan weerszijde van de grens verblijft en of grenzen bescherming bieden, macht consolideren of identiteit geven aan mensen. Nu worden voor enclaves in de stad regelmatig ad-hocoplossingen toegepast voor de begrenzingen, waardoor deze vaak defensief ogen en juist verloedering in de hand werken. Door de jaren heen zijn grenzen namelijk muren en gevels geworden die macht vertegenwoordigen, maar tegelijk ook afscheiden, veiligheid scheppen en angst inboezemen. Deze muren en gevels die in allerlei hoedanigheid in de stad enclaves maken, reflecteren en versterken hiërarchie, rijkdom en macht en maken een verdeling tussen mensen, religies, rassen en zorgen voor vijanden, spanningen en angsten. Zij isoleren meer dan zij verenigen.
Niet alle grenzen zijn muren of gevels, maar alle muren en gevels zijn wel grenzen. Het werk van architecten – door middel van (buiten)muren ruimtes maken – is dus a priori het maken van een grens. Muren, gevels maar ook andere afscheidingen zoals hekken kunnen bedoeld of ombedoeld iets uitstralen. Er is een groot verschil tussen een wit houten hekje van enkele decimeters hoog en een gemetselde manshoge muur van rode baksteen. Beide bieden bescherming en geven de eigendomsgrens aan, maar de perceptie is totaal anders. Onze waarneming van een afscheiding wordt mede beïnvloed door of ons bekend is wat er zich achter een muur bevindt. Een park of gevangenis achter een identieke muur geeft de bewuste afscheiding een wezenlijk andere betekenis. Een beschermd paradijs waar wij graag vertoeven en waar wij niet vandaan willen, tegenover een hel waar niemand uit mag. Hekken die rond een perceel staan of muren die een gebouw oprichten, zijn een vorm van bescherming, een afzondering van gevaar, maar tegelijk begrenzen zij een eigendom. Tussen het beschermen van gevaren van buiten en het begrenzen van eigendommen zit een genuanceerd verschil dat tot uitdrukking komt in de esthetiek en de sociale beleving van grenzen in het algemeen en van muren en gevels in het bijzonder. In een samenleving waarin de grenzen tussen openbaar en privé vervagen en de betekenis van weerbaarheid en intimiteit veranderen, dienen muren en gevels een bepaalde kwetsbaarheid en gevoeligheid te hebben die mensen beschermt, en tegelijk ook mensen bindt.

Veelzijdige verschijningen
Bij (woning)bouwcomplexen zijn vele ingenieuze manieren gevonden voor de begrenzing van privaat, semiprivaat, semipubliek en publieke ruimten zonder dat er per se muren, gevels of hekken worden gebruikt. Door het gebruik van verschillende materialen, vormen en constructies kunnen muren en hekken verschillende verschijningsvormen hebben – hoog of laag, open of gesloten, transparant of spiegelend, hard of zacht, confronterend of uitnodigend. Hierbij kunnen een of meer zintuigen worden genegeerd of juist worden geactiveerd. Personen aan weerszijde van de muur kunnen elkaar bijvoorbeeld wel zien, maar niet horen, of een hekwerk zorgt ervoor dat men elkaar wel kan horen, maar niet kan zien. Een glazen gevel versus een houten schutting die verschillende werelden scheidt. Elke (gevel)muur en elk hekwerk heeft een tweezijdige verschijningsvorm waarmee een splitsing wordt gecreëerd. Tegelijk is het de taak van de architect om te trachten de gevolgen van de splitsing te voorkomen. Het werk van de architect is hierdoor vergaand paradoxaal. Begrippenparen als separatie en vereniging, veiligheid en angst, gelijkheid en ongelijkheid, vervreemding en integratie dienen tegelijkertijd vorm te krijgen. De sleutel tot het ontwerpen van een goede grens is om door middel van een muur of gevel te onderzoeken wat de relatie is tussen beide zijden van een afscheiding.
Muren en gevels kunnen door architectuur een sociale en culturele voorkomendheid hebben die bescherming en veiligheid biedt. Zij zouden niet moeten duiden op hiërarchie, ongelijkheid, rijkdom, macht of status van groepen aan één zijde van de grens. De grens die door een muur of gevel wordt gerepresenteerd, moet van zijde kunnen wisselen. Het is wenselijk dat muren en gevels verschillen bij elkaar brengen en tegelijk individuele of een groepsidentiteit ondersteunen. Als verschillen niet dominant en niet ondergeschikt zijn, zal interactie over de grenzen van muren en gevels heen vrijwillig en vreedzaam plaatsvinden. Architecten hebben de taak om door middel van breekbaarheid en gevoeligheid een architectuur te ontwikkelen die de kwetsbaarheid en identiteit van een groep of een individu in zich opneemt. Laten zij dit na, dan zal onopzettelijk de segregatie van onze samenleving verdergaan met een ongewilde ruimtelijke vertaling. Door ongewenste afscheidingen zorgvuldig te ontwerpen, kunnen verschillende groepen mensen in gescheiden nabijheid naar wens existeren.

Paul Diederen & Theo Hauben