2015-06-16De vrouw met de tasjes

De vrouw met de tasjes

Ik zie haar wel vaker lopen. Haar moeder woont in één van de ruime appartementen boven de naoorlogse winkelstrip. Zelf woont Charlotte met haar vriend en zijn drie kinderen in het centrum Een bezoek aan haar moeder is een goede aanleiding om af en toe te winkelen in het centrum van dit luxe dorp aan de rand van de grote stad. Een mooie schoenenzaak, een aantal fraaie modezaken, een parfumerie en een delicatessewinkel: goede redenen om eens bij haar moeder langs te gaan.

Voordat ze komt belt ze haar moeder altijd even op. Ze parkeert haar kleine stadse auto achter de seniorenflat op het binnenterrein dat wordt begrensd door de achterkanten van winkels. De parkeerplaats hoort bij het appartement van haar moeder. Charlotte is een opvallende verschijning op de galerij. Als wij elkaar passeren lachen wij naar elkaar en zeggen tegelijk “daag”. Ze denkt waarschijnlijk dat ik de buurman ben van haar moeder.

Deze warme dag in augustus gaat Charlotte op het balkon zitten met haar moeder. Na haar eerste slokje appelsap vertelt ze vermoeid dat voor haar de zomer te lang duurt. Ze verveelt zich. Haar vriend is begin vijftig en runt een klein horeca-imperium. Een paar eetcafés in het centrum, twee strandtenten en daarnaast is hij betrokken bij een aantal festivals in de stad. Het voorjaar en de zomer is het bikkelen, zoals hij dat zelf noemt. Hij gaat ’s morgens vroeg weg en hij komt laat thuis in de avond. Op vakantie gaan ze pas in de herfst. Zijn kinderen brengen bijna de hele zomer door bij zijn ex-vrouw. Haar moeder zegt: ‘Niet te geloven dat hij nog aan een tweede leg begint.’ Op een rustige, vileine toon legt ze haar dochter uit dat hij niet de juiste man is en dat ze te afhankelijk van hem is.

Charlotte hoort het verhaal van haar moeder gelaten aan. Ze houdt haar bezoek kort. Als ze weer buiten staat op het trottoir zucht ze diep en dan begint ze haar rondje langs de winkels. Ze is 35, kinderloos en ze heeft haar werk als zelfstandig grafisch ontwerper laten versloffen. Ze wil haar gedachtes verdringen en stapt de eerste winkel binnen.

Op het terras van de lunchroom naast de toegang tot het binnenterrein wacht ik haar op. Na een tijdje komt ze aanlopen met een aantal tasjes. Ze negeert de schaduw van de luifel en ze probeert nog een kleurtje te krijgen van de zon. In de kleine tasjes een riempje, een sjaaltje en iets van cosmetica is mijn inschatting. De grote tassen duiden op de aankoop van een nieuwe jurk, blouse of jasje. Ik herken een tas van de schoenenwinkel.

Ze denkt dat haar moeder niet van verrassingen houdt. Ik weet wel beter. Ik wacht net zo lang op terras tot ik haar zie wegrijden. Ik reken binnen af en ik laat een bekertje ijs met een bolletje stracciatellaijs inpakken. Rustig loop ik naar haar moeder terug om aan te horen wat zij nu weer tegen haar dochter heeft gezegd.

Fotograaf Pim Top voor De Kracht van Rotterdam.

Dit verhaal is de afronding van een workshop tijdens de MIRT-bijeenkomst op 24 april in Schiedam. Korte verhalenschrijfster Sanneke van Hassel heeft een workshop gegeven in het schrijven van verhalen geïnspireerd door bijzondere beelden van de stad. Dit verhaal is gepubliceerd op de site van de Zuidvleugel