2016-03-14Souper #72

img

De laatste maandag van februari hebben we heerlijk gegeten in restaurant Huson met Nathalie de Vries (architect/ partner MVRDV) en Rients Dijkstra (stedenbouwkundige/ partner MAXWAN).

De discussie spitste zich toe op de 'Publieke architect'. Nathalie als voormalig Spoorbouwmeester en nu als voorzitter van de BNA, Rients als Rijksadviseur Infrastructuur & Stad en Hoogleraar Urban Design op de TUD hebben ruime ervaring met het vervullen van functies in het maatschappelijke veld. Zij vertelde ons dat bruggen slaan tussen marktpartijen, kennisinstellingen en publieke organisaties geen sinecure is. Het vertrouwen in architecten en stedenbouwkundige ontwerpers is schokkend laag.

Duidelijk deze avond werd dat het vertrouwen niet hersteld kan worden op de manier hoe we nu bezig zijn binnen de disciplines. De ‘Publieke architect’ heeft als zware taak om connectie te maken met alle andere partijen in de keten. Een nog zwaardere taak is haar eigen professie te openen voor de buitenwereld.

2015-11-02Souper #69

img

Architecte Rianne Makkink (partner Studio Makking & Bey) en landschapsarchitect Patrick Mc Cabe (partner REDscape) hebben beide een breed oeuvre waarin eigen roots en context centraal staan. In oktober zaten zij bij ons aan tafel in restaurant Huson.

De landschappelijke interventies van Rianne en haar werkboerderij in de Noordoostpolder laten zien dat op een relatief kleine schaal een bijzondere relatie tot stand kan komen tussen mens en omgeving. Patrick werkt in Nederland en in zijn geboorteland Ierland aan stedenbouwkundige en landschappelijke opgaves. Hij vertelt dat de geschiedenis van een plek en het aanwezige erfgoed een vanzelfsprekend onderdeel kunnen worden ook bij relatief grote en abstracte plannen.

Zowel Rianne als Patrick reizen veel. Zij wonen en werken beide op meerdere plekken. Toch weten ze bij elke opdracht opvallend veel intense betrokkenheid te creëren. Dit vraagt ontzetten veel kennis, inlevend vermogen en genegenheid. Al deze kwaliteiten waren duidelijk te herkennen tijdens het aangename souper.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.

2015-06-18Workshop Telychka

img

Telychka is een industriegebied van 200 ha groot en ligt in Oekraïne tussen de Dnjepr rivier en de historische binnenstad van Kiev. Een groot deel van dit industriegebied is niet meer in gebruik. De economische activiteiten die er wel plaatsvinden draaien op verouderende installaties en zijn gevestigd in vervallen gebouwen. Afgelopen maand bezocht ik het internationale architectuurfestival CANactions en begeleidde ik een workshop over de toekomst van dit gebied onder de titel ‘Telychka - A Place to Care’.

Deze workshop wordt jaarlijks georganiseerd voor masterstudenten en voor architecten die net hun studie hebben afgrond. Het doel van de workshop is tweeledig. Als eerste wordt een hedendaags probleem van de stad Kiev geagendeerd en onderzocht. Het tweede doel is het bevorderen van de kennisuitwisseling tussen de jonge generatie ontwerpers uit Oekraïne en ontwerpers elders uit de wereld.

Integrale werkwijze
Dit jaar was de workshop uitgebreid met een derde doelstelling: integraliteit. Voor het eerst was de workshop ook toegankelijk voor andere disciplines. Uit zestig inschrijvingen zijn na een selectieronde acht ontwerpers (stedebouwkundigen, architecten) en zeven participanten met een andere achtergrond (psychologie, sociologie, verkeerskunde, journalistiek) geselecteerd.

Ongewisse toekomst
Hoe te werken in een land met een ongewisse toekomst? Met elkaar praten leek mij een goed begin. Minder presenteren en meer discussiëren was mijn agenda voor de workshop. Mijn ervaring met de Oekraïense cultuur is dat je daarin alleen met je vrienden discussieert. Dat is erg interessant en vaak ook bijzonder aangenaam, want het heerlijke lokale eten en de lokale drank horen daarbij. In het openbaar etaleer je echter alleen je kennis.

Vragen stellen
Presentaties kunnen eindeloos lang duren om te voorkomen dat vragen worden gesteld. Tegelijk staat een vraag stellen gelijk aan domheid. Na een presentatie heeft een vraagsteller een lange monoloog nodig om te laten zien dat de vraag die hij of zij gaat stellen, niet uit onwetendheid voorkomt. Niet dat wij in Nederland nu zo’n goede discussiecultuur hebben, maar in ieder geval kunnen wij onderwerpen kort uitleggen, zijn wij bereid naar elkaar te luisteren, willen we kennis met elkaar delen en zijn wij bovenal bereid om dit in het openbaar te doen.

Wat te doen?
Om dit hier te bereiken, heb ik de participanten verdeeld in drie kleinere groepen. Eén groep dacht na over een meer dynamische manier van ruimtelijke planning. Een tweede groep dacht na over de programmering. En de laatste groep dacht na over het proces. Zij diende te formuleren wat te doen op korte, middellange en lange termijn. Vooral bij het opzetten van de laatste groep stuitte ik in het begin op veel onbegrip. Na een week kreeg ik echter juist veel waardering van Oekraïners en buitenlanders die werken in de Oekraïne. Iedereen in het land is op zoek naar zijn of haar rol in een veranderende samenleving.

Geanimeerde gesprekken
Om de discussie verder te bevorderen heb ik gedurende de workshop twee expertmeetings georganiseerd met mensen die wonen en werken in Kiev. Dit waren behoorlijk zware delegaties waarin onder andere de decaan van de Kiev Business School, een festival organisator, het hoofd strategie van Jones Lang LaSalle, een hoogleraar sociologie, een onafhankelijke curator, de oprichter van het Oekraïense Innovatie Platform en diverse ondernemers zitting hadden. De discussies startten onwennig en stroef, maar na enige tijd ontstonden geanimeerde gesprekken tussen de experts en de participanten. Naar mijn idee is dit het belangrijkste resultaat van de workshop.

Blog website De Architect , 18 juni 2015.

2015-01-26De toekomstige stad staat er al

img

Minister Blok ziet ‘mooie en creatieve kansen’ voor herbe- stemming van de 500 rijks- kantoorpanden, -kazernes en -gevangenisgebouwen. Hij spoort marktpartijen dan ook aan om meer initiatief te nemen. Het optimisme van een verkoopmakelaar heeft de minister zich snel eigen gemaakt, maar dat betekent nog niet dat het Rijk verstand heeft van de markt. Door 3,5 miljoen m2 rijksvastgoed toe te voegen aan de reeds 9 miljoen ongebruikte m2, ontstaat er een probleem dat niet met een commercieel praatje wordt opgelost.

Het probleem van de leegstand wordt bemoeilijkt door de crisis in de hele bouwketen. De keten is vooral ingericht op grote nieuwbouwprojecten in lege weilanden. Gemeenten verdienden goed geld aan de verkoop van grond. Investeerders en ontwikkelaars behaalden mooie rendementen met makkelijke nieuwbouw. Aannemers boekten door een zeer efficiënte manier van bouwen hoge winsten met nieuwbouw. En architecten mochten op een maagdelijk stuk grond keer op keer een mooi kunstje doen. Renovatie, herbestemming en gebouwtransformatie zijn tot nog toe marginale onderdelen geweest van de bouw. Dat is niet zo vreemd, omdat tot in het eerste decennium van deze eeuw steden de taak hadden om de groeiende bevolking te huisvesten. De bevolking in grote steden groeit nog steeds. Echter groeit het aantal ongebruikte vierkante meters in steden veel harder. De uitdaging van Rijk en gemeenten is nu het opvullen van de leegstand in de bestaande stad.

De recessie en de leegstandproblematiek zijn evenwel niet op te lossen met de denkwijze die de problemen heeft veroorzaakt. Bestaande gebouwen transformeren vraagt om een andere aanpak. De noodzakelijke vernieuwing in de bouwsector en het oplossen van de enorme leegstand gaan juist goed samen.

STOP MET ONVERANTWOORDE NIEUWBOUW
Voor deze vernieuwing moet het Rijk zijn bestaande economische topsectorenbeleid loslaten en zich enkel richten op de stad. Toekomstige welvaart zal grotendeels daar worden gecreëerd. Kenniseconomie, creatieve industrie en nieuwe maakindustrie hebben geen nieuwe, grote, monofunctionele gebouwcomplexen nodig, maar slimme duurzame gebouwen waar wonen, werken, studeren en recreëren soepel samengaan. Het hergebruiken van gebouwen uit het industriële verleden is een goed begin. Gemeenten moeten ophouden nieuwe grond uit te geven aan de rand van de stad en onverantwoorde nieuwbouw toe te staan. Met de huidige leegstand is dit onnozel; het frustreert aanpassingen van het bestaande vastgoed en de stedelijkheid wordt er niet beter van. Het is bovendien geen proactieve en duurzame manier van werken. Een verdienmodel dat is gebaseerd op transformatie en niet op nieuwbouw, dient door gemeenten en marktpartijen te worden ontwikkeld.

DE KRACHT VAN VROEGER VOOR LATER
Uitgangspunten bij hergebruik van een gebouw, zijn dat het beoogde programma aansluit bij de stedelijke of regionale ontwikkeling, het past in het bestaande gebouw en het waarde toevoegt aan de directe leefomgeving. Hergebruik om uitsluitend de architectonische kwaliteiten of de bijzondere geschiedenis, is kwetsbaar. Leegstaande gebouwen die niet in de stad staan of niet goed zijn aangesloten op de stedelijke voorzieningen, zijn rijp voor sloop.

De economische, maatschappelijke en ruimtelijke condities van het bestaande leiden, in combinatie met het nieuwe programma, altijd tot unieke opgaven. Standaardoplossingen zijn bij transformatieopgaven nooit aan de orde. Toch zijn er grofweg drie vormen van transformatie te onderscheiden: 1) toevoeging, 2) reorganisatie en 3) metamorfose. Respectievelijk tasten ze in hogere mate het bestaande object aan. Vaak komen ze in combinatie voor.

1. TOEVOEGING
Allereerst kunnen door een aanbouw extra verdiepingen, een verbindingsstuk of het integreren van een ander volume, bestaande ruimten worden vergroot, gepenetreerd of geherpositioneerd. Terwijl het oude gebouw deels intact blijft, wordt het door een toevoeging geschikt gemaakt voor het nieuwe programma en krijgt het voorkomen een nieuw kader. Bij een dergelijke ingreep zijn de verschillende tijdlagen vaak duidelijk afleesbaar. Tegelijkertijd geldt dat een toevoeging pas succesvol is als het bestaande een vanzelfsprekend geheel vormt met het nieuwe. Vaak zijn hierbij de karakteristieken van de oudbouw leidend voor de architectuur van de toevoeging.

De voormalige Constant Rebecque Kazerne in Eindhoven is daarvan een goed voorbeeld. De kazerne van architect kapitein der genie A.G.M. Boost en omliggend terrein zijn herbestemd tot onderwijscampus voor de Internationale School Eindhoven. Het ontwerp omvat de renovatie van een aantal monumentale gebouwen uit 1938 en nieuwbouw van een serie panden op het terrein. De bestaande en nieuwe bouwvolumes zijn door een strategisch gepositioneerd souterrain met elkaar verbonden. Het complex is hierdoor één logistiek geheel, terwijl de school op maaiveld uit verschillende volumes bestaat.

2. REORGANISATIE
Een tweede manier is reorganisatie: de prominente schil wordt zo veel mogelijk intact gelaten vanwege haar historische waarde, terwijl het interieur wordt aangepast ten behoeve van de nieuwe functie. Soms gebeurt dit radicaal, maar ook kleine ingrepen kunnen een groot effect hebben. Deze manier van transformeren is ook toegepast bij gebouw Anton op Strijp-S in Eindhoven. Het bestaande, representatieve voorkomen – dat herinnert aan de grootschalige productie door Philips – is niet uitgewist en tegelijkertijd is de ruimtelijke potentie als plek voor ontmoeting geopenbaard. Gebouw Anton is een van de oude Philipsfabrieken die de status van rijksmonument hebben gekregen. Momenteel wordt dit voormalige industriegebied getransformeerd tot een levendige woonwijk. Ooit werden er radio’s van Philips geproduceerd in het voormalige SBP-gebouw uit 1929, nu is het een gebouw om in te wonen, werken en ontspannen. Op de begane grond en de eerste verdieping zijn commerciële publieke functies als restaurants, bars en winkels te vinden. De tweede tot en met de zesde verdieping zijn opgedeeld in loftunits van 50 of 80 m2. Deze units zijn te koppelen en te gebruiken als woonwerkruimte, waarmee op de behoeften van de toekomstige gebruikers is ingespeeld. Op het dak is een gemeenschappelijke tuin ingericht met een indrukwekkend uitzicht. Programmatisch heeft het gebouw veel weg van een kleine stad. Maar om een vorm van stedelijkheid te creëren, is het van belang dat er ook ontmoetingen plaatsvinden en lokale netwerken ontstaan. Om dit mogelijk te maken, doorboren vijf ellipsvormige cilinders met smalle trappen de horizontale structuur van het gebouw. Zo is naast het bestaande stelsel van trappen en liften een nieuw en informeler ontsluitingssysteem geïntroduceerd. Hierdoor kunnen de gebruikers zich op verschillende manieren door het pand bewegen, wat de kans dat ze elkaar treffen vergroot. Door de bestaande betonnen constructie, die een flexibele indeling van de plattegrond mogelijk maakt, voegt het nieuwe programma zich haast geruisloos in de voormalige radiofabriek. De toegevoegde cilinders openbaren echter zijn potentie om te functioneren als een stukje stad in plaats van als een monofunctioneel gebouw.

3. METAMORFOSE
De laatste vorm van transformeren is de metamorfose, een totale make- over. Het bestaande gebouw wordt opnieuw geïnterpreteerd naar hedendaagse maatstaven. Dit resulteert in diepgaande architectonische ingrepen die maken dat het object verandert van verschijning, vorm of structuur. De ruimtelijke potentie van de robuuste draagstructuur – (meestal) het enige element dat in dit geval wordt behouden – staat centraal. Deze potentie wordt uitgebuit en uitgebreid ten behoeve van het nieuwe programma, zodat de oudbouw een nieuw leven tegemoet gaat. Zo werd het zieltogende multifunctionele wijkcentrum ’t Karregat in Eindhoven (van architect Frank van Klingeren) een herschepping van zijn gedachtegoed.

Het concept van ’t Karregat, is dat zich onder één dak verschillende belangrijke voorzieningen voor de achterliggende woonwijk bevinden zoals een basisschool, bibliotheek en supermarkt. Dankzij de stalen parapluconstructie die het dak draagt, ontstond een open plattegrond om de samenwerking tussen de functies te bevorderen. Helaas bleek dit niet te werken; de functies verschilden te veel om zich in dezelfde open ruimte te bevinden. Diverse aanpassingen maakten dat de kracht van het ontwerp van Van Klingeren – de oorspronkelijke dakconstructie en de stalen paraplu’s – onzichtbaar is geworden.

De herontwikkeling van ’t Karregat gaat wederom uit van deze kracht, al is de indeling anders georganiseerd. In het nieuwe ontwerp worden de paraplu’s ingepakt met doorschijnend materiaal zodat de achterliggende stalen constructie nog steeds zichtbaar is. Hierdoor kan het licht diep in het gebouw komen en worden tegelijkertijd stofoverlast en klimatologische problemen voorkomen. Door het realiseren van een nieuwe (deels) transparante glazen gevel, wordt de karakteristieke dakconstructie weer goed zichtbaar en wordt het concept van ‘meerdere functies onder één dak’ in ere hersteld.

Middenin het gebouw komt een flexibele kern met daarin de buurtontmoeting, gymzaal, evenementenhal en een nieuwe patio voor meer daglichttoetreding. Hier omheen worden de andere functies georganiseerd. Dit maakt van de kern een multifunctionele zone die bijna alle gebruikers doorkruisen. Op deze manier worden de oude idealen van ontmoeten en samenwerken op een nieuwe manier gefaciliteerd, zodat het complex straks wel functioneert zoals al jaren geleden de bedoeling was.

EEN NIEUWE WERKWIJZE
De voorbeelden bij de verschillende manieren van transformatie voldoen aan de basisuitgangspunten: de nieuwe functies zijn van belang om de Brainport regio Eindhoven verder te versterken, ze zijn goed geschikt voor het bestaande gebouw en ze bevorderen de leefbaarheid van de omliggende wijk. Met veel aandacht, toewijding, geduld en door wederzijds vertrouwen van alle betrokken partijen zijn deze projecten van de grond gekomen.
Minister Blok lijkt alleen gefocust op het behalen van de hoogste opbrengst voor het rijksvastgoed. Echter heeft het Rijk als grootste vastgoedeigenaar wel de taak ruimtelijke vernieuwing te stimuleren om gebouwtransformaties mogelijk te maken. Er dient samen met overheid, onderwijs en marktpartijen een nieuwe werkwijze te worden ontwikkeld voor transformatie van het bestaande vastgoed, waarmee economie, ruimtelijke ontwikkeling en de bouwsector zijn gediend. De minister vindt herbestemming geen taak van de overheid. Dat klopt, maar het Rijk heeft er belang bij het economische perspectief van een stad te verbeteren. Dit leidt uiteindelijk tot meer rendement.

De Internationale School Eindhoven, gebouw Anton en ’t Karregat zijn niet ontwikkeld vanuit een dogmatisch manier van financiering, traditionele toepassing van techniek en een strikte ontwerpmethode. Bij deze transformatieopgaven werd van vastgoedeigenaren, bouwers en ontwerpers een heel andere houding gevraagd. Niet vastgoedwaarde op korte termijn, maar de gebruikswaarde op langere termijn was maatgevend. Niet een bouwsysteem was het uitgangspunt, maar het bestaande gebouw dicteerde de bouwmethode. Vorm volgt functie werd vorm zoekt functie.

Artikel i.s.m Paul Diederen. Gepubliceerd in Renda januari 2015.

2014-02-07Souper #51

img

De gasten voor het eerste souper in 2014 waren Stedenbouwkundige Peter van der Helm en architect Jeroen Hoorn. Beide heren hebben een uitgebreide kennis over Rotterdam. Peter over het weefsel en het programma van de stad. Jeroen heeft voor particulieren en kleine ontwikkelaars veel kleinschalige projecten gedaan in de stad. Discussie ging deze avond over hoe de bestaande stad met haar bestaande bebouwing doormiddel van verfijning, aandacht en toewijding kan transformeren naar een mooie doorleefde stad. Peter en Jeroen verteld ons hoe gebouwen, straten, stadsdelen kunnen worden opgeknapt met een minimum aan sloopgeweld

Souper #1 was maandag 27 januari precies 5 jaar geleden. De gastenlijst groeit gestaag en wij hebben het idee dat wij nog lang niet zijn uitgegeten. Wij gaan wel niet meer eten in restaurant Stadshal in het verbouwde Hilton Hotel. Het eten was niets bijzonders en de bediening was ronduit slecht.

Elke maand nodigen Daan Bakker (Daf-architecten), Jeroen de Willigen (DeZwarteHond), Jasper de Haan (architect) en ik een aantal collegae of interessante mensen uit om samen te eten, te drinken en te discussiëren over ons vak, de stad Rotterdam en aanverwante zaken.