2011-09-28King John

King John

Portman’s empire as a benchmark


Met de architectenbranche in Nederland gaat het ronduit slecht. Nieuwe opdrachten zijn moeilijk te verwerven, voor minder honorarium verwachten opdrachtgevers meer arbeid, bureaus moeten mensen ontslaan, houden ermee op of gaan failliet. De werkeloosheid onder architecten groeit gestaag en veel architecten gaan uit noodzaak maar voor zichzelf beginnen. Om het tij te keren moeten architecten meer gaan ondernemen is het devies. Maar kunnen architecten dat eigenlijk wel?

Want architecten dachten in het verleden slim te zijn en hebben veel verantwoordelijkheden zonder probleem afgestaan. Voor ieder willekeurig bouwwerk is er een line-up van vele soorten ingenieurs die verantwoordelijk zijn voor de constructie, bouwfysica en installatie. Ook het tekenwerk, bestekschrijven en presentaties maken is nu het werkveld van experts. En de begeleiding van al deze partijen is ook een vak apart geworden: dat wordt graag overgelaten aan een procesmanager. Met het outsourcen van werk is niets mis, maar als er geen substantiële nieuwe werkzaamheden en verantwoordelijkheden voor de architect worden gecreëerd, dan is de rol van de architect uitgehold. En dat is op dit moment bij veel bureaus aan de hand. Het kan ook anders. Neem entrepreneur-architect John Portman .

In de gloednieuwe documentaire John Portman, a life of building van Ben Loeterman legt Portman (1924, Walhalla, South Carolina) uit hoe ondernemerschap en architectuur goed samengaan. Sinds de jaren vijftig heeft Portman een unieke praktijk waarin hij architectuur benadert vanuit sociale factoren, economische omstandigheden en een gezonde financiering . Zijn zakelijk imperium bestaat uit vier toonaangevende bedrijven. Naast het architectenbureau John Portman & Associates is hij oprichter, eigenaar en uitbater van het vastgoedbedrijf Portman Holdings, het interieur designcentrum Atlanta Decorative Arts Center en het beurs- en congrescomplex AmericasMart.

Benchmark voor zijn ondernemende aanpak is het Peachtree Center in Atlanta aan de – echt waar - John Portman Boulevard. Naast het ontwerpen van alle gebouwen, infrastructuur en publieke ruimte is het project mede op zijn initiatief ontwikkeld en heeft hij samen met beleggers land aangekocht en de bouw gefinancierd. In een dynamisch ontwerp- en ontwikkelproces is vanaf midden jaren vijftig het project uitgebreid en aangepast. Het Peachtree Center beslaat nu zo’n zestien stadsblokken met hotels, kantoortorens, winkelcomplexen, beursgebouwen en parkeergarages die de skyline van Atlanta bepalen. Een netwerk van luchtbruggen verbindt de meeste gebouwen met elkaar. Het succes van het project wordt mede bepaald doordat Portman zich voor een lange tijd committeert aan publieke organisaties en commerciële partijen. Tevens laat het project zien dat architectuur een belangrijke factor speelt in een langdurige ontwikkeling. Het Peachtree Center heeft geleid tot nieuwe programmatische en architectonische gebouwtypologieën en heeft een nieuwe standaard gezet voor met name hotels en multifunctionele gebouwen. Portman heeft hier voor het eerst bijvoorbeeld het atrium geïntroduceerd als centrale verkeersruimte voor een hotel en beursgebouw. De proactieve aanpak in Atlanta heeft eerst als model gediend voor ontwikkelingen in andere Amerikaanse steden en vanaf begin jaren negentig ook bij de stedelijke groei van steden in het Midden-Oosten en China.



De interne verkeersstructuur van verbonden atria heeft in de vakwereld veel stof doen opwaaien. Voorstanders claimen dat dergelijke geklimatiseerde ruimten de enige veilige ruimten boden in de verlaten binnensteden, zodat er in de jaren 70 ieder geval nog iets overbleef van een economische kracht en stedelijke ontmoetingsruimten. Tegenstanders menen juist dat de atria de klassieke openbare ruimten op straten en pleinen leegzogen, waardoor deze in een nòg deplorabelere staat achterbleven. De discussie is uiteindelijk stilgevallen vanaf de jaren 90, toen zowel de atria als de nieuwe openbare ruimten, compleet met openbaar vervoersysteem die nieuwe bewoners trok, downtown Atlanta lieten opbloeien, hetzelfde gebeurde in andere steden. Inmiddels kan deze discussie in de stad Rotterdam weer zeer actueel gevoerd worden. Niet minder dan Portman-fan Koolhaas zelf gaat twee binnenruimte-projecten bouwen (de Koolkaas en het Stadskantoor), en een stad-in-een-stad project is reeds in aanbouw: De Rotterdam. MVRDV realiseert een overdekte markthal en UN Studio verbouwt het oude postkantoor. Al deze gebouwen zijn multi-use en voegen afzonderlijk separate publieke ruimte toe aan de stad. Maar de vraag die weinigen zich stellen is waar die winkels en het winkelend publiek vandaan moeten komen, wat er met de Lijnbaan gaat gebeuren, hoe de gebouwen zich tot elkaar verhouden en hoe de stad er beter van wordt. Wat zou Portman doen?

Portman heeft zich als architect nooit alleen beperkt tot het ontwerpen van gebouwen. Hij initieert, financiert, bouwt en beheert ook een deel van zijn indrukwekkende portfolio. En dat is wel een groot verschil met de hit & run mentaliteit van de meeste architecten van nu. Portman ontwikkelt nieuwe ruimtelijke concepten, realiseert sensationele ontwerpen, maar gaat ook voor de winst op lange termijn. En dat laatste is het interessante afwijkende businessmodel van Portman. Het kan geen toeval zijn dat Portman amper in Europa iets realiseert en nog nooit in Nederland heeft gebouwd. Hier zijn de mogelijkheden en middelen waarschijnlijk te beperkt en als architect ben je te afhankelijk van het web van ontwikkelaars en aannemers. Een architect is misschien een goede oplosser van problemen, maar om goed te kunnen ondernemen dient een architect kennis en kunde te hebben van het traject voor en na de oplossing. Portman toont aan dat door eigenaar te worden van een probleem en door verantwoordelijkheid te nemen voor de oplossing, je op een activistische manier ruimte kan creëren om als architect zaken te doen. Get your hands dirty!

John Portman, a life of building is te zien op AFFR 2011 . Dit artikel is gepubliceerd in het magazine en op de website van AFFR 2011 .